achtergrond

Geenstijl

ingelogd als

lid

logout

nachtmodus

tip redactie

doneer

OPINIE. Ehsan Jami steunt Trump in Iran: Wie vrede wil, moet bereid zijn macht te gebruiken

Hee kijk eens wie we daar hebben

Noot redactie: hier volgt een ingezonden stuk van Ehsan Jami, ooit 's lands op een na bekendste ex-moslim, thans promovendus bestuurskunde aan de Universiteit Leiden en tevens ook daarnaast geboren Iraniër.

De geschiedenis is onverbiddelijk duidelijk. Autoritaire regimes die hun macht funderen op structureel geweld, ideologie en angst verdwijnen niet door interne druk alleen. Zij verdwijnen wanneer hun machtsbasis van buitenaf wordt gebroken. Iran vormt daarop geen uitzondering. Integendeel. Wie vandaag nog spreekt over geleidelijke hervorming of louter diplomatieke druk, negeert zowel de aard van het Iraanse regime als de lessen van eerdere regimewisselingen.

Elke succesvolle regime change tegen een totalitair systeem kende een beslissend moment van militair ingrijpen. Nazi-Duitsland werd niet verslagen door pamfletten of stakingen, maar door geallieerde legers. De Balkanoorlogen eindigden niet door resoluties alleen, maar door NAVO-bombardementen. De Sovjetinvloed in Oost-Europa brokkelde pas af toen militaire macht en geloofwaardige afschrikking de geopolitieke realiteit veranderden.

Iran is een klassiek voorbeeld van een regime dat uitsluitend begrijpt en reageert op macht. De Islamitische Republiek is geen religieuze volksvertegenwoordiging, maar een militair-theocratische machtsstructuur, gedragen door de Revolutionaire Garde. Dit apparaat beheerst economie, media, veiligheid en buitenlandse interventies. Interne protesten, hoe massaal en moedig ook, botsen telkens weer op dit geweldsmonopolie. Zonder externe militaire druk blijft elke opstand gedoemd te worden neergeslagen. 

Hieraan moet expliciet worden toegevoegd dat zich voor het eerst sinds 1979 een herkenbare, samenbindende Iraanse oppositie heeft gevormd onder leiding van Reza Pahlavi. Dat is van cruciaal belang. Eerdere protestgolven faalden niet alleen door repressie, maar ook door het ontbreken van een geloofwaardig alternatief op het moment dat het regime zou wankelen. Macht verdwijnt nooit in een vacuüm. Zonder georganiseerde oppositie volgt chaos, fragmentatie of de opkomst van een nieuw autoritair blok. De huidige oppositie biedt wél een zichtbaar referentiepunt voor nationale eenheid, voor internationale erkenning en voor een ordelijke overgang wanneer het regime valt. Juist die eenheid vergroot de kans dat een machtswisseling niet ontaardt in burgeroorlog of sektarisch geweld. 

Tegelijkertijd mag de ernst van de situatie niet worden gebagatelliseerd. Volgens mensenrechtenorganisaties zijn in de afgelopen dagen, op basis van conservatieve schattingen, meer dan 2.500 Iraniërs op straat vermoord door veiligheidstroepen en milities van het regime. Dit zijn geen incidenten, maar systematisch toegepaste terreur om een volksopstand te breken. Wie onder deze omstandigheden blijft spreken over louter diplomatie of interne hervorming, negeert de realiteit van massaal staatsgeweld. Juist de combinatie van een verenigde oppositie en externe militaire druk maakt het verschil tussen een bloedig neerslaan van de revolutie en een daadwerkelijke, duurzame regimewisseling. 

Daarom moet het debat eerlijk worden gevoerd. Regime change in Iran vereist militair ingrijpen. Niet als ultieme escalatie, maar als enig effectief perspectief. Dat ingrijpen hoeft geen klassieke grondoorlog te zijn. Gerichte luchtaanvallen op militaire infrastructuur, het uitschakelen van commandostructuren, het afdwingen van luchtoverwicht en het expliciet steunen van oppositiekrachten kunnen het regime zijn slagkracht ontnemen. Pas dan ontstaat ruimte voor een daadwerkelijke machtswisseling van binnenuit.

Het recente wereldtoneel laat zien dat autoritaire regimes die hun machtsbasis funderen op repressie en veiligheidsapparaten niet vrijwillig wijken onder interne protesten of diplomatieke druk. In Venezuela bijvoorbeeld ontstond in 2019 een brede civiel-militaire opstand tegen de dictatuur van Nicolás Maduro, gesteund door de oppositieleider Juan Guaidó en erkend door vele landen als legitiem alternatief voor het regime. Die beweging slaagde er desalniettemin niet in het regime zelfstandig af te zetten omdat de machtsstructuren, met name het leger en veiligheidsdiensten, loyaal bleven aan Maduro en internationale druk niet doorsloeg in een machtsverschuiving. 

Pas toen de Verenigde Staten onder president Trump expliciet steun betuigde aan de oppositie en militaire druk opvoerden, inclusief inzet van maritieme en luchtmachtcapaciteit en de arrestatie van Maduro, nam de dynamiek een nieuwe wending en kwamen er gesprekken over amnestie over politieke gevangenen en regimewisseling op tafel. Dit alles illustreert dat internationale erkenning en sancties zonder effectieve machtspolitieke druk zelden tot daadwerkelijke regime change leiden, omdat machtsrelaties bepalen wie kan regeren en wie niet.

Deze casus bevestigt een bredere realiteit: internationaal recht en morele veroordelingen zijn vaak retorisch en worden alleen krachtig wanneer zij worden afgedwongen door macht. Het bestaande internationale rechtssysteem staat het gebruik van geweld in beginsel niet toe zonder mandaat van de VN-Veiligheidsraad, maar het heeft geen mechanisme om te garanderen dat repressieve regimes vreedzaam verdwijnen wanneer zij weigeren te hervormen.

Machtspolitiek is het instrument waarmee dictaturen overeind blijven, of ten val komen. Degenen die uitsluitend roepen om respect voor internationaal recht zonder bereid te zijn het machtsinstrumentarium in te zetten dat nodig is om het geweldsmonopolie van deze regimes te breken, zijn in feite geen beschermers van vrijheid maar status-quo-bewakers. In het geval van Iran betekent dit dat militaire steun aan oppositie en druk op het regime niet kan worden uitgesteld tot een mythisch moment waarop "diplomatie zal werken"; de geschiedenis toont dat dergelijke momenten alleen ontstaan wanneer de machtsbalans zelf verandert. Alleen door die verandering af te dwingen ontstaat een reële kans op een vrij en liberaal Iran dat bijdraagt aan stabiliteit in het Midden-Oosten en de bestrijding van wereldwijd terrorisme.

In dat licht verdient de uitgesproken bereidheid van president Trump om militair in te grijpen steun, niet afwijzing. Zijn benadering erkent een realiteit die Europese leiders te lang hebben ontkend. Diplomatie zonder geloofwaardige dreiging is machteloos. Sancties zonder militair vervolg zijn tandeloos. Door militair ingrijpen expliciet op tafel te leggen, wordt voor het eerst sinds jaren een serieuze druk opgebouwd die het regime niet kan negeren. 

Voor het Nederlandse kabinet is dit een moment om te kiezen. Niet tussen oorlog en vrede, maar tussen schijnneutraliteit en verantwoordelijkheid. Iran is de grootste staatssponsor van terrorisme ter wereld. Het regime financiert en bewapent milities die conflicten aanwakkeren in Libanon, Gaza, Syrië, Irak en Jemen. Zolang dit regime blijft bestaan, blijft het Midden-Oosten structureel instabiel en blijft wereldwijd terrorisme gevoed worden door Teheran.

De tijd voor actie is nu. Niet morgen, niet na de volgende mislukte onderhandelingsronde. Elke dag zonder ingrijpen verlengt het leven van een regime dat terrorisme exporteert en vrijheid vernietigt. Wie vrede wil, moet soms bereid zijn macht te gebruiken om haar mogelijk te maken.

Reaguursels

Dit wil je ook lezen

Tip de redactie

Wil je een document versturen? Stuur dan gewoon direct een mail naar redactie@geenstijl.nl
Hoef je ook geen robotcheck uit te voeren.

GeenStijl.nl is een uitgave van GS Magenta B.V.