EHSAN JAMI: Oproepen tot de-escalatie door Europese leiders zijn laf en kortzichtig
In de mail: wederom een opinie van Ehsan Jami, ooit 's lands op een na bekendste ex-moslim, thans promovendus bestuurskunde aan de Universiteit Leiden en tevens ook daarnaast geboren Iraniër.
Het Iraanse regime stond al onder structurele druk, maar met de militaire aanvallen van de Verenigde Staten en Israël van afgelopen weekend is een nieuwe fase aangebroken. Wat jarenlang een proces van interne erosie was, is nu versneld door externe interventie. De vraag is niet langer alleen of het regime standhoudt, maar ook hoe de internationale gemeenschap zich voorbereidt op de scenario's die nu realistischer zijn geworden.
In veel Europese hoofdsteden klinkt inmiddels de reflexmatige oproep tot de-escalatie. Diplomatie, terughoudendheid, proportionaliteit. Deze termen behoren tot het vaste repertoire van Europese crisisretoriek. Ik vind de huidige reflexmatige oproep tot de-escalatie laf en kortzichtig. Niet omdat ik lichtzinnig denk over oorlog of escalatie, maar omdat ik weiger te doen alsof dit regime een gewone onderhandelingspartner is die met voldoende concessies tot fundamentele verandering komt.
Jetten, gisteren (kwam er niet helemaal goed uit, red.)
Voor mij is het Iraanse regime geen actor die reageert op redelijke prikkels binnen een gedeeld normatief kader. Ik zie een ideologisch gedreven machtssysteem dat zijn legitimiteit deels ontleent aan externe confrontatie en interne repressie. Een systeem dat zijn machtsbasis niet ontleent aan instemming, maar aan angst. Volgens verschillende schattingen heeft dit regime in 48 uur meer dan 35.000 burgers laten doden bij het neerslaan van protesten. Studenten. Vrouwen. Arbeiders. Geen slachtoffers van een conventionele oorlog, maar burgers die op straat kwamen voor waardigheid en vrijheid.
Zij werden niet gedood in een geopolitiek schaakspel, maar in het kader van binnenlands machtsbehoud en roep voor vrijheid. Wanneer ik dat in ogenschouw neem, kan ik de oproep tot onmiddellijke de-escalatie niet anders kwalificeren dan als lafheid, die vermomd is als voorzichtigheid. Zolang dit systeem onaangetast blijft, blijft de dreiging niet incidenteel maar structureel. Wie dan om kalmte vraagt zonder de bron van het geweld te willen breken, kiest niet voor vrede maar voor het verlengen van onderdrukking. In zo’n context is de-escalatie geen moreel hoogstaande positie, maar een comfortabele manier om de gewelddadige status quo te laten voortbestaan.
Wanneer een regime op die schaal geweld inzet tegen zijn eigen bevolking, verliest de term de-escalatie zijn morele vanzelfsprekendheid. De vraag wordt dan niet hoe spanning wordt verminderd, maar of uitstel van confrontatie niet simpelweg leidt tot verdere consolidatie van geweld. Mijn perceptie is daarom dat oproepen tot onmiddellijke de-escalatie de onderliggende realiteit negeren: zolang de machtsstructuur intact blijft, blijft de dreiging regionaal en mogelijk mondiaal aanwezig. Niet alleen via nucleaire ambities, maar via proxy-structuren, regionale destabilisatie en ideologische mobilisatie.
De gezamenlijke militaire operatie van Washington en Jeruzalem verandert de dynamiek fundamenteel. Voor het eerst wordt militaire druk expliciet gekoppeld aan het vooruitzicht van binnenlandse regimeverandering. Daarmee verschuift de legitimatie van louter defensieve veiligheid naar een impliciete erkenning dat stabiliteit in de regio niet mogelijk is zolang de huidige machtsstructuur in Iran intact blijft. Dat is een breuk met de afgelopen decennia, waarin het Westen enerzijds sancties oplegde en anderzijds hoopte op gedragsverandering via diplomatie. Nu is de boodschap explicieter: het probleem is niet alleen beleid, maar structuur.
Trump, zaterdag
De recente escalatie laat zien dat Iran niet alleen doelwitten in Israël en Amerikaanse bases in de regio heeft bestookt, maar dat het geweld zich ook over vrijwel de hele Golf uitstrekt. Dat betekent dat de aanvallen een echte regionale herordening in gang hebben gezet. Wat zich nu ontvouwt is geen bilaterale strijd, maar een fundamentele systeemschok in het Midden- Oosten, waarbij grensoverschrijdende militaire acties de oude veiligheidsarchitectuur van de regio feitelijk hebben ondergraven.
Voor Europa heeft dit verstrekkende implicaties. Neutraliteit als strategie volstaat niet meer; Europa wordt geconfronteerd met de vraag of zij vasthoudt aan een reflex van crisismanagement en schadebeperking, of dat zij overstapt op een transitiedenken dat de diepere structurele dynamieken in het Midden-Oosten onder ogen ziet en adequaat adresseert. Alleen zo kan Europa een coherent antwoord formuleren op een conflict dat niet langer gelokaliseerd is maar systeem-breed.
“I’m dreaming, hello new world”, a man shouts.
— Ghoncheh Habibiazad | غنچه (@GhonchehAzad) February 28, 2026
Video shows people in Iran’s Fars celebrating after reports that Iran’s Supreme Leader Ayatollah Ali Khamenei had been killed while taking down a sign showing Khomeini, the founder of the Islamic Republic.pic.twitter.com/MlBD08igPl
Regimeval is geen diplomatiek incident. Het is een overgangsfase waarin institutionele leegte het grootste risico vormt. De geschiedenis van 1989 in Oost-Europa leert dat snelle erkenning, economische integratie en institutionele begeleiding cruciaal zijn om revolutionaire energie om te zetten in stabiel bestuur. Waar die voorbereiding ontbrak, ontstonden oligarchische structuren of autoritair revanchisme.
Het Midden-Oosten kent vergelijkbare voorbeelden waar machtsvacuüms werden opgevuld door milities en proxy-conflicten. Voorbereiden betekent scenario’s uitwerken voor bestuurlijke continuïteit, economische stabilisatie en veiligheidsarchitectuur. Het betekent relaties onderhouden met Iraanse maatschappelijke en intellectuele netwerken in diaspora en binnenland. Het betekent sancties modulair inzetten zodat zij snel kunnen worden aangepast zodra een overgangsfase zich aandient. Belangrijker nog: het vereist normatieve consistentie. Als vrijheid, rechtsstaat en zelfbeschikking universele waarden zijn, dan moeten zij ook institutioneel ondersteund worden wanneer zij onder druk staan. Selectieve verontwaardiging ondermijnt geloofwaardigheid.
De militaire aanvallen van Israël en de Verenigde Staten maken duidelijk dat het Iraanse vraagstuk niet langer bevroren is. Interne erosie en externe druk zijn samengekomen, met als uitkomst óf versnelde regime-afbraak óf gevaarlijke escalatie. De kernvraag voor Europa is daarom niet of het regime in Teheran morgen valt, maar of wij voorbereid zijn op het moment dat dat gebeurt. Voorbereid in termen van veiligheid, energie en steun aan een mogelijke post-theocratische transitie.
Wie wacht tot de feiten zich aandienen, reageert. Wie nu scenario’s uitwerkt, handelt. Andere democratieën tonen die strategische helderheid al. Australië sprak via minister Penny Wong ondubbelzinnig steun uit voor optreden tegen het Iraanse nucleaire programma en benoemde de destabiliserende rol van het regime. Canada deed hetzelfde; premier Mark Carney koppelde steun aan actie expliciet aan het voorkomen van nucleaire proliferatie en het beschermen van de internationale orde.
Dat is geen oorlogstaal, maar geopolitieke volwassenheid. Als Ottawa en Canberra die verantwoordelijkheid durven nemen, dan mag van Brussel minstens hetzelfde worden verwacht.
Reaguursels
Dit wil je ook lezen
Bassiehof – De kruiperigheid van Rob Jetten en consorten richting Kiev mag wat minder
Alsof Den Haag de ring moet kussen
LIVEBLOG 3 AANVAL OP IRAN. Speculaties over dood Khamenei in volle gang
Ayatollaahtje leef je nog?
Hooggerechtshof zegt NEE tegen importheffingen Trump
Gaat-ie nu Washington bombarderen?
JA KOM NOU. Nu was D66 opeens niet 'in alle scherpte' op de hoogte van fouten cv Van Berkel
Alsof we allemaal het geheugen van een goudvis hebben
Trump trekt ICE terug uit Minnesota
Was gezellig, daaag
