Ehsan Jami - Ik ben een zionist. Zeg het maar
Ingezonden - opinie Ehsan Jami - promovendus Universiteit Leiden, faculteit bestuurskunde
Er zijn woorden die hun onschuld hebben verloren. 'Zionist' is er zo een. Ooit een beschrijving van mensen die geloofden dat het Joodse volk recht had op een thuisland, is het woord inmiddels in brede kring gedegradeerd tot scheldwoord, geflankeerd door gespuug of een denigrerende lach. Wie zichzelf vandaag de dag openlijk zionist noemt in progressieve Europese kringen, doet dat met het gevoel alsof hij tijdens een DEI-training opmerkt dat meritocratie eigenlijk best een goed idee is. Je wacht op de stilteval. Die stilteval ken ik. Ik ben een zionist. En ik ga uitleggen wat ik daarmee bedoel, en waarom dat onderscheid er inmiddels toe doet als nooit tevoren.
Laat me beginnen met een observatie die misschien frivool lijkt maar dat geenszins is: antisemitisme is in de westerse wereld aan een merkwaardige metamorfose onderhevig. De klassieke variant, die van de toog en de kerk en de stamtafel, was in elk geval eerlijk over zichzelf. Je wist met wie je te maken had. Het nieuwe antisemitisme is subtiel gekleed in de taal van mensenrechten, dekolonisatie en sociale rechtvaardigheid, en daarin schuilt precies het gevaar ervan. Het heeft een academische couture aangemeten gekregen. Het draagt vlinderdas in plaats van bruinhemden.
In Nederland manifesteert dit zich op een manier die historisch bijzonder ongemakkelijk is. Dit land verloor driekwart van zijn Joodse gemeenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog, mede dankzij een bestuurlijk apparaat dat zijn taken ijverig bleef uitvoeren, keurig op tijd, met de juiste formulieren in drievoud. Wat dat apparaat demonstreerde was niet zozeer boosaardigheid als wel iets veel alledaagsers: de bereidheid om weg te kijken, om het probleem bij de buurman te laten, om de verantwoordelijkheid netjes door te schuiven naar de volgende schakel in de keten. Die houding is niet met de bevrijding verdwenen. Ze heeft zich slechts aangepast aan de tijd.
Ehsan Jami - Ik had gelijk. En toch zat ik fout!
Opinie Ehsan Jami (promovendus aan Universiteit Leiden, faculteit bestuurskunde)
Er zijn momenten waarop je terugkijkt en denkt: ik zat er naast. Niet volledig, maar strategisch. Als een schaker die het juiste stuk pakt maar het op het verkeerde veld zet. Ik, Ehsan Jami, voormalig oprichter van het Comité voor Ex-moslims en inmiddels een man met iets meer grijs haar en hopelijk iets meer wijsheid, moet een bekentenis doen. Geen volledige capitulatie, laat dat helder zijn, maar een correctie van het vizier.
Laat ik beginnen met wat ik niet herroep: mijn kritiek op de islam als politiek-religieus systeem staat als een huis. De beperkingen die de islam oplegt aan vrouwen, aan homoseksuelen, aan ex-moslims, aan het vrije denken, zijn reëel, gedocumenteerd en theologisch verankerd. Wie dat ontkent heeft de teksten óf niet gelezen, óf heeft ze gelezen en kijkt bewust de andere kant op. Mijn kritiek was inhoudelijk correct. Maar ik miste de vraag die er werkelijk toe deed: wie heeft dit eigenlijk mogelijk gemaakt?
Stel u de volgende situatie voor: een kind groeit op en begint zich asociaal te gedragen. Het schopt tegen schenen, negeert de huisregels, trekt zich niets aan van de buurt. Iedereen wijst naar het kind. Maar de ouders, die jarenlang geen enkele grens stelden, die elke aanmaning wegwuifden als onverdraagzaamheid, die het gedrag zelfs aanmoedigden als culturele eigenheid, staan erbij met een gezicht van oprechte verbazing. Alsof zij slachtoffer zijn van een toneelstuk dat ze zelf hebben geschreven en geregisseerd.
Wie is hier verantwoordelijk? Die ouders hebben in onze samenleving een naam. Ze heten GroenLinks, de PvdA, D66 en hun ideologische neven en nichten door heel West-Europa. Ze heten de intellectuele elite die elk serieus debat over de grenzen van religieuze accommodatie afdeed als islamofobie, alsof kritiek op een ideeënstelsel hetzelfde was als haat jegens mensen. Ze heten de beleidsmakers die met de beste bedoelingen een multiculturele infrastructuur bouwden zonder daarin één spelregel in te bouwen die er werkelijk toe doet: wederkerigheid. Ik richtte mijn pijlen op de islam. Begrijpelijk, en inhoudelijk niet onjuist. Maar ik was als iemand die boos wordt op het water dat zijn schoenen natmaakt, terwijl hij verzuimt te kijken naar degene die de kraan heeft opengedraaid. Die kraan was links-progressief beleid. En hij stond al decennialang open.
Ehsan Jami - Het academische Stockholmsyndroom
Opinie Ehsan Jami, promovendus Universiteit Leiden, faculteit bestuurskunde
Ik moet bekennen: als academicus ben ik getraind om onwaarschijnlijke coalities te bestuderen. En geen enkele vind ik zo doorwrocht als die tussen delen van de academische en progressieve elite en het islamisme. Het is een huwelijk dat zelfs de creatiefste relatietherapeut tot vroege pensionering zou drijven. De ene partner organiseert trainingen over microagressies, de andere hangt homoseksuelen op aan bouwkranen. Men noemt dit "intersectionele solidariteit", wat in mijn vakgebied neerkomt op een eufemisme van olympisch niveau.
Laten wij herinneren wat er in januari van dit jaar gebeurde. Meer dan vijfendertigduizend Iraniërs werden afgeslacht door het regime van de ayatollahs, nadat zij de straat op gingen voor brood, waardigheid en vrijheid. Massagraven. Overvolle mortuaria. Vrachtwagens vol lijken. Een internetblackout die de wereld belette te zien wat zich in Teheran en Rasht voltrok. En wat deden onze grachtengordel, onze universitaire commissies voor ethiek en diversiteit, onze pro-Palestijnse actiecomités? Zij zwegen. Niet het zwijgen van bescheidenheid, maar het zwijgen van ongemak. Ineens bleek dat de voorhoede die normaal elke microagressie detecteert als een seismograaf bij de eerste trilling, opvallend stil toen duizenden vrouw en mannen werden doodgeslagen. De solidariteit arriveerde, eerlijk is eerlijk, als een Nederlandse trein: met aanzienlijke vertraging en onder voorbehoud.
Dit is geen toeval. Het is een patroon. En hier komt mijn j'accuse. Ik beschuldig de academische sector van selectieve verontwaardiging. Ik beschuldig de collega's die na 7 oktober 2023 petities tekenden waarin de massamoord op Israëlische burgers werd geframed als "gerechtvaardigd verzet", en die nu een oorverdovende stilte produceren wanneer dezelfde ideologie vijfendertigduizend Iraniërs afslacht. Ik beschuldig de studentenbewegingen die "from the river to the sea" scanderen zonder te weten welke rivier zij bedoelen, maar niet één demonstratie organiseren voor de vermoorde studenten in Tabriz, Isfahan en Teheran. Ik beschuldig de universiteitsbesturen die Samidoun-voormannen binnenhalen onder de paraplu van 'academische vrijheid', maar gelijktijdig de samenwerking met Israëlische universiteiten opschorten omdat dát 'te politiek' zou zijn. Ik beschuldig de universiteitsbesturen die hun samenwerkingen met Israëlische instellingen opschortten in maanden, terwijl zij hun eigen Joodse studenten in jaren niet konden geruststellen.
Ehsan Jami - De Illusie van de vrede: Trumps wapenstilstand met Iran
Noot redactie: hee daar hebben we Ehsan Jami weer
De geschiedenis kent weinig gevaarlijkers dan een elite die een zucht van verlichting verwart met strategisch inzicht. En dat hebben we gezien toen deze week Donald Trump een wapenstilstand van twee weken aankondigde met Iran. Prompt begonnen de bekende rituelen. De markten veerden op. De olieprijs dook omlaag. Europese leiders spraken de taal van de-escalatie, alsof het probleem nu ten minste voorlopig "onder controle" is.
Maar dit is geen strategische doorbraak. Dit is geopolitieke zelfverdoving. Trump heeft geen vrede afgedwongen. Hij heeft een pauze gekocht. En zoals zo vaak in het Midden-Oosten geldt: de vraag is niet wie het hardst om vrede roept, maar wie het meest profiteert van tijd.
Laten we de balans daarom zonder diplomatiek poeder opmaken. Trump heeft gewonnen. Niet in de verheven zin van staatsmanschap, maar in de moderne zin van beeldregie. Hij kan zich nu presenteren als de man die eerst met maximale hardheid dreigde en daarna met één pennenstreek de rust herstelde. Eerst de pyromaan, dan de brandweerman, en vervolgens het applaus voor beide rollen tegelijk opeisen. Trump noemt het een "total and complete victory", maar juist dat soort taal verraadt de zwakte van het moment. Wie werkelijk gewonnen heeft, hoeft dat zelden zo luidruchtig uit te schreeuwen.
Ehsan Jami - Links kijkt weg van islamisme. Waarom het Iraans regime niet mag winnen
Noot redactie: wederom in onze inbox, een uiterst leeswaardige beschouwing van Ehsan Jami over De Situatie, die wij inmiddels al zo lang monitoren
Vijf weken nadat de Verenigde Staten en Israël op 28 februari 2026 hun gecombineerde aanval op het Islamitische regime lanceerden, is de politieke verdeeldheid in Europa scherper dan de wapens boven Teheran. Links Europa protesteert luidkeels: op straat, in parlementen en op opiniepagina's. De verwijzing naar het internationaal recht klinkt verheven, maar achter die verontwaardiging schuilt een gevaarlijke naïviteit. Dit is geen oorlog over olie, hegemonie of imperiale rivaliteit. Dit is een oorlog over de architectuur van de mondiale orde. En die architectuur wankelt als het Westen nu terugdeinst.
De strategische logica van kracht
Afschrikking werkt alleen zolang zij geloofwaardig is. Een militaire bondgenootschap dat verdeeld is en zijn militaire tanden niet durft te laten zien, is geen garantie voor vrede, maar een uitnodiging tot avonturisme. Xi Jinping kijkt ook naar het conflict in het Midden-Oosten. Dat is geen retoriek, maar geopolitieke realiteit. Taiwan is in Pekings strategische calculaties direct gekoppeld aan de vraag hoe ver Washington werkelijk wil gaan. Een zwak of inconsequent Amerika in het Midden-Oosten verschuift die berekening dramatisch.
De chaotische terugtrekking uit Afghanistan in 2021 was niet slechts een regionaal fiasco, maar een mondiaal signaal. Kort daarna viel Rusland Oekraïne binnen. De afbrokkeling van westerse afschrikking tast inmiddels ook de fundamenten van de NAVO aan. Trump dreigt inmiddels openlijk met vertrek uit het bondgenootschap en legt de schuld bij Europese landen die veiligheid graag als Amerikaans exportproduct blijven behandelen. Dat is geen detail, maar een geostrategisch alarmsignaal. Wie in Europa defensie jarenlang verwaarloost, militaire afhankelijkheid normaliseert en tegelijk morele colleges blijft geven over machtspolitiek, moet niet verbaasd zijn als Washington op een dag de rekening presenteert. De zwakte van Europa voedt niet alleen de brutaliteit van zijn vijanden, maar ook het cynisme van zijn bondgenoot.
Zulke gebeurtenissen staan niet los van elkaar. Zij voeden bij revisionistische machten de overtuiging dat het Westen vermoeid, verdeeld en risicomijdend is. Zodra Beijing concludeert dat Washington blaft maar niet bijt, wordt de kans op een invasie van Taiwan reëel. En dat zou niet alleen Taiwan treffen, maar ook de wereldeconomie ontwrichten, vitale toeleveringsketens beschadigen en het vertrouwen in westerse veiligheidsgaranties voor generaties ondermijnen. Juist daarin schuilt de eerste fout van links Europa: de hardnekkige illusie dat macht en vrede elkaars tegenpolen zijn. In werkelijkheid is macht geen tegenovergestelde van vrede, maar haar voorwaarde. In een wereld vol revisionistische machten is geloofwaardige macht geen luxe, maar de laatste verdedigingslinie van de liberale orde.
EHSAN JAMI: Oproepen tot de-escalatie door Europese leiders zijn laf en kortzichtig
In de mail: wederom een opinie van Ehsan Jami, ooit 's lands op een na bekendste ex-moslim, thans promovendus bestuurskunde aan de Universiteit Leiden en tevens ook daarnaast geboren Iraniër.
Het Iraanse regime stond al onder structurele druk, maar met de militaire aanvallen van de Verenigde Staten en Israël van afgelopen weekend is een nieuwe fase aangebroken. Wat jarenlang een proces van interne erosie was, is nu versneld door externe interventie. De vraag is niet langer alleen of het regime standhoudt, maar ook hoe de internationale gemeenschap zich voorbereidt op de scenario's die nu realistischer zijn geworden.
In veel Europese hoofdsteden klinkt inmiddels de reflexmatige oproep tot de-escalatie. Diplomatie, terughoudendheid, proportionaliteit. Deze termen behoren tot het vaste repertoire van Europese crisisretoriek. Ik vind de huidige reflexmatige oproep tot de-escalatie laf en kortzichtig. Niet omdat ik lichtzinnig denk over oorlog of escalatie, maar omdat ik weiger te doen alsof dit regime een gewone onderhandelingspartner is die met voldoende concessies tot fundamentele verandering komt.
Jetten, gisteren (kwam er niet helemaal goed uit, red.)
Voor mij is het Iraanse regime geen actor die reageert op redelijke prikkels binnen een gedeeld normatief kader. Ik zie een ideologisch gedreven machtssysteem dat zijn legitimiteit deels ontleent aan externe confrontatie en interne repressie. Een systeem dat zijn machtsbasis niet ontleent aan instemming, maar aan angst. Volgens verschillende schattingen heeft dit regime in 48 uur meer dan 35.000 burgers laten doden bij het neerslaan van protesten. Studenten. Vrouwen. Arbeiders. Geen slachtoffers van een conventionele oorlog, maar burgers die op straat kwamen voor waardigheid en vrijheid.
OPINIE. Ehsan Jami steunt Trump in Iran: Wie vrede wil, moet bereid zijn macht te gebruiken
Hee kijk eens wie we daar hebben
Noot redactie: hier volgt een ingezonden stuk van Ehsan Jami, ooit 's lands op een na bekendste ex-moslim, thans promovendus bestuurskunde aan de Universiteit Leiden en tevens ook daarnaast geboren Iraniër.
De geschiedenis is onverbiddelijk duidelijk. Autoritaire regimes die hun macht funderen op structureel geweld, ideologie en angst verdwijnen niet door interne druk alleen. Zij verdwijnen wanneer hun machtsbasis van buitenaf wordt gebroken. Iran vormt daarop geen uitzondering. Integendeel. Wie vandaag nog spreekt over geleidelijke hervorming of louter diplomatieke druk, negeert zowel de aard van het Iraanse regime als de lessen van eerdere regimewisselingen.
Elke succesvolle regime change tegen een totalitair systeem kende een beslissend moment van militair ingrijpen. Nazi-Duitsland werd niet verslagen door pamfletten of stakingen, maar door geallieerde legers. De Balkanoorlogen eindigden niet door resoluties alleen, maar door NAVO-bombardementen. De Sovjetinvloed in Oost-Europa brokkelde pas af toen militaire macht en geloofwaardige afschrikking de geopolitieke realiteit veranderden.
