StamcafÉbru! Boze Niet-Blanke Vrouw is het ZAT (en noemt alle namen)
Zo, pak maar een borrel, Ebru zat in de mail en die wil ff wat doelwitten onder enkele rugnummers schilderen. We heffen het glas voor Ons Oebroe!
In een podcast die ik afgelopen week opnam met Daphne Deckers, wees zij mij op een uitspraak van columnist en regisseur Theo van Gogh, die achttien jaar geleden vermoord werd: “Als ik het zeg, ben ik een racist. Maar jij mag het zeggen, daar kunnen ze niet tegenop!” Daphne constateerde: “Tegenwoordig mag jij het ook niet meer zeggen.”
En bedankt. In my face.
Er ging een luik in mijn hoofd open en dat luik wil niet dicht. Zeker niet nadat ik vorige week weer ‘ns uit het niets gecanceld werd. Lang verhaal kort: ik ben het zat. De cancel culture. De dubbele moraal. De felicitatiedienst die media heet. Ik ben het zat dat als ik het zeg, het ‘racisme, discriminatie of drek’ heet te zijn, maar dat als een ander het zegt, het ‘humor’ heet.
Gecanceld worden is mijn leven. En voor mij het leven van anderen. Zoals Theo van Gogh. Na zijn moord hield iedereen van Theo, was hij iedereens beste vriend en had iedereen met hem willen samenwerken. Hij moest er eerst voor vermoord worden maar o, wat was Theo toch getalenteerd. Maar ja, woorden zijn niet zonder risico. Je moet mensen ook niet beledigen, zeker moslims niet. Of vreemde culturen. Waarom zou je dat doen?! Je hoeft het niet te zeggen hé? Ik ben het zat, vanuit mijn tenen ben ik het zat. Nee, je hoeft het niet te zeggen. Maar de dubbele moraal dat goedgekeurde gutmenschjes alle woorden mogen gebruiken tégen jou en jij de rechts-radicale racist bent, is zum kotsen. Het is tijd om namen en rugnummers te noemen. Wat kan me gebeuren, gecanceld worden?!
BUITENHOF: ‘We willen een vrouw zelf maken’
We leven in het jaar 2003/4 en bij Buitenhof werd een columnist gezocht. Een vrouw. Vrouwen moesten op tv een live screentest doen. Eerlijk? Appeltje eitje. Ik schrijf een column, hijs me in een strak pak en knal door de autocue de woonkamer in. Strik eromheen, niets meer aan doen. Ja, mijn zelfvertrouwen is groot. Ze zoeken een vrouw die wat kan en in columnistenland betekent dat: woorden achter elkaar zetten en ze op tv durven uitspreken. Achter mijn laptop een vrouw, IRL een vrouw: mij heb je er niet mee. Dus die afwijzing kwam als een verassing: “We willen een vrouw zelf maken”. Tja. Kan. Wat meespeelde is dat ze in die tijd ronduit in je gezicht zeiden: ‘Jij schrijft voor de site van Theo van Gogh he? Ja nee, jammer. Daar willen we niet mee geassocieerd worden.’ Eikels. NEXT. Totdat de vrouwelijke columnist bekend wordt gemaakt: Herman Philipse, de ex van Ayaan Hirsi Ali. IRL een vrouw, achter mijn laptop een vrouw dus ik stuur de eindredacteur van dienst een mail. “Laat me weten waar Philipse zijn borstcorrectie laat uitvoeren, tzt zal ik er ook behoefte aan hebben.” Stik d’r in, eikels.
WNL/ Bert Huisjes: ‘Ebru is kritisch op het verkeerde moment’
Omroep WNL wordt opgericht. Joost Eerdmans wordt commentator en zegt ‘jij moet erbij!’. Ja, ik moet erbij, hartstikke leuk maar ik weet inmiddels hoe er op mij, de columnist van Theo, wordt gereageerd. Dus ik bedank en vraag: “Wil jij mijn naam noemen tegen Bert Huijsjes en me laten weten hoe hij reageert?” Joost wil dat uiteraard doen, want dit wordt een inkoppertje, Ebru moet erbij! Totdat hij me verbijsterd terugbelt. “Weet je wat Bert Huijsjes zei?! ‘Ebru? Mwah, die is altijd kritisch op het verkeerde moment’.” Er zijn dus momenten dat je je bek moet houden, ook volgens journalisten. Waarschijnlijk als je een carrière in de media ambieert.
