Don Arturito: de Gonzoprofeet van Paraguay
Soep van de Week in het StamCafé
door Arthur van Amerongen
Het is natuurlijk best pathetisch dat ik - die hunkerend uitkijkt naar een schamele AOW in november dit jaar - een glossy maakt die Gonzo Paraguay heet. Ik bedoel, ik had allang achter de geraniums moeten zitten, met een spinnende poes op mijn schoot en ruftende honden aan mijn voeten, met moeke in de keuken die mijn mok Ovolmatine klaarmaakt, en dat ik eens per maand mijn kleinkinderen verhalen uit mijn stoffige doos vertel. Die kleinkinderen denken dan, als ik ze vertel over mijn zinderende avonturen in Afghanistan, Irak, Iran, Libanon, Gaza en op de Amsterdamse Zeedijk: hoe ouder, hoe gekker. En dan maak ik ook nog mijn vaste grapje: wie was Alzheimer ook al weer?
Het is de schuld van Olaf Koens. Toen hij werd uitgeroepen tot Journalist van het Jaar 2014 (ik won hem overigens in 2005), schreef hij in Villamedia:
"In Nederland is de enige echte Gonzo-schrijver Arthur van Amerongen. Ik heb me ooit laten vertellen dat hij zo graag journalist wilde worden dat-ie in de jaren ’90 zijn Rotterdamse drugsdealer overhaalde rechtstreeks naar Sarajevo te rijden in een Fiat Panda. We spreken af in Rio de Janeiro. Ik ben op vakantie. Van Amerongen staat erop me bij de Nederlandse vereniging af te halen. Waarom weet ik ook niet, waarschijnlijk omdat hij er met de clubkas vandoor zal gaan. Gelukkig duiken we snel een café in.‘Als je cocaïne wilt kopen moet je dat bij een hoer doen’, zegt hij – bij wijze van kennismaking. In amper vierentwintig uur rolt Van Amerongen me langs groezelige cafés, oneindige dansfestijnen, dwars door de favela’s en langs de Copacabana. Wanneer ik om vijf uur ’s ochtends uitgeput in bed val staat hij een paar uur later weer naast mijn bed. ‘Kom, er gebeurt van alles!’ Wanneer ik mijn tanden poets heeft Van Amerongen alweer twee vrienden gemaakt. Marokkaans-Belgische kickboksers. ‘Al Qaida-jongens, dat zie je zo’, zegt hij. En hij kan het weten. Hij spreekt Arabisch, Hebreeuws, Spaans, Portugees en een soort universeel Bargoens. Hij schrijft helder. In zijn boeken, of het nu fictie is of journalistieke ondernemingen zijn, lees je door de regels heen een goudeerlijke wordingsroman. ‘Je moet overal mee breken’, leest Don Arturito de les: ‘Met je vrienden, met je familie. Je moet alles opschrijven. Alles. Zo hard of pijnlijk is het.’ Een afrekening – en vooral: met jezelf."
En mijn grote vriend Han van der Horst schreef op de Joop: "Van Amerongens grote voorbeelden zijn Egon Erwin Kisch, de razende reporter uit de jaren twintig en dertig – overigens een gedisciplineerd communist – en Hunter S. Thompson, de gonzo journalist, die onder invloed van drank en een breed scala aan drugs Amerikaanse presidentsverkiezingen versloeg in de jaren zestig en zeventig. Van Amerongen weet op dit gebied ook van wanten. De middelen maken deel uit van zijn imago. Arthur van Amerongen behoort tot een genre dat na de Tweede Wereldoorlog uitgestorven leek: de rechtse bohemien. Rechtse bohemiens waren in de nachttenten en de avant-garde cultuur, bekende verschijnselen tot Hitler en Mussolini hun levensovertuiging fatale reputatieschade toebrachten. Maar die zijn nu zelf al meer dan driekwart eeuw dood. Theo van Gogh was in Nederland de eerste bekende rechtse bohemien van na de oorlog. Arthur van Amerongen is een waardig opvolger. Hij kreeg zijn fanbase bij rechts door zijn boek Brussel Eurabia, waarin hij Molenbeek neerzette als een naargeestig bolwerk van islamitisch fundamentalisme en een broeinest van terreur. Van Amerongen laat zich die populariteit graag aanleunen. Tegelijk deelt hij met zijn bewonderaars de afkeer van links, dat hij als naïef en hypocriet beschouwt."
In feite ben ik dus een gonzojournalist tegen wil en dank, al passen bovenstaande hommages natuurlijk perfect bij mijn bewuste zelfmystificatie want ik schrijf uiteraard, net als Cees Nooteboom en Harry Mulisch, voor de eeuwigheid. Kijk, het is natuurlijk heerlijk dat schrijfsels bijzonder gewaardeerd worden door moeders, vaders, muzes, echtgenoten, collega’s en andere dierbaren, maar uiteindelijk wil ik dat mijn teksten over duizend gevonden worden door de marsmannetjes en dat die dan roepen in een blikkerig piepknortaaltje: potjandorie, die Van Amerongen, die kon wel donders goed en vooral tijdloos schrijven hoor!
Pero bueno, zou Martin Bril nu schrijven. Ik zit nu, op zaterdagmorgen, op het dak van het Luxsur hotel in Encarnacion in Paraguay, met uitzicht op de machtige Parana-rivier en de Argentijnse stad Posadas. Posadas en Corrientes, een andere grensstad even verderop, vormden het decor The Honorary Consul van mijn favoriete schrijver Graham Greene, duistere en onzalige plekken vol smokkelaars, ballingen extreme hitte en moreel verval. Ik ben hier met Rob Muntz, zijn zoon Engel (vriend van de show) en Huub Brand. Dit onzalige trio maakte recentelijk een post-gonzo-horrormovie in Transnistrië en op een moment van ultieme onbezonnenheid c.q. hersenverweking suggereerde ik dat een reisje naar Paraguay een aardige sequel zou zijn: into the heart of darkness. De listige sluwe zakenman in mij (roflol) had bedacht dat shockdock Paranoia Paraguay van Muntz & Co een prima lokkertje zou kunnen worden voor de jubileumeditie van Mambo Jambo - grotendeels gesitueerd in Paraguay. De grand final van de film is het roemruchte carnaval in Encarnacion (voor paupers die Rio niet kunnen betalen), dat vanavond zijn apotheose vindt.
De inspiratie voor Paranoia Paraguay kreeg ik tijdens het zien van Wakker in Paraguay, een combinatie van Ik Vertrek en Ontdek je Plekje, maar dan in de vorm van 30 minuten en gespeend van enige vorm van humor want de makers Gijs Swantee en Fleur Amesz hebben de lach bepaald niet aan hun kont hangen. De serie is namelijk loodzwaar en het had net zo goed een documentaire van de EO over Staphorst of Rouveen kunnen zijn. Het begint al bij de voice-over van Roos Ouwehand. Haar stem is dreigend, somber en meewarig en werkt naar een welhaast apocalyptisch einde. Niet voor niets heet deel 5 Storm op komst. De soundtrack van Wakker in Paraguay is net zo deprimerend als de voice over van Roos. Tijdens het zien van de serie kreeg ik diverse woedeaanvallen omdat mij niets is gevraagd terwijl ik godverdomme 4 jaar in dit operettelandje woonde en daar twee boeken over schreef: Mambo Jambo en Paranoia Paraguay, met Muntz een tweedelige radiodocumentaire maakte voor de NPO en last but not least een legendarische cultserie voor GeenStijl.
Enfin: ik ken Paraguay als een vrolijke bananenrepubliek waar je behoorlijk uit je bol kunt gaan met wijntjes en trijntjes en diverse narcotica, maar niets daarvan zag ik terug in de serie. Maar uiteindelijk betreft het hier gewoon kinnesinne en vulgaire jalousie de métier: mij wordt nooit iets gevraagd, caramba. Waarom zit ik niet in de rolodex van het mediapark!
Het is niet heel erg moeilijk om op te vallen in Paraguay want amper een etmaal na de landing op Aeropuerto Internacional Silvio Pettirossi stonden de makers van Transnistrië en ik in alle dagbladen en waren we te bewonderen in de nieuwsbulletins van de verschillende televisiezenders. Muntz & Co wilden dolgraag filmen in de gevaarlijkste favela van Asunción en bij voorkeur ‘s nachts. Speciaal voor ons werd een enorme zwaarbewapende politie-eenheid opgetrommeld en maakten we een volledig geënsceneerde incursion in het getto. Ik was bang dat ik herkend zou worden door de inheemsen want ik woonde vlakbij La Chacarita en ging er regelmatig ‘s nachts “shoppen”. Gelukkig is de levensverwachting van de chacariteños niet zo hoog en een en ander gebeurde zestien jaar geleden.
Ik was vergeten hoe verzengend en slopend de Paraguayaanse zomer is: 41 graden, gevoelstemperatuur 44 graden. De vlucht van Madrid naar Asuncion duurde 11 uur en in de kist bevond zich een bont gezelschap van Mennonieten, Amish, edelduitsers (subtiel synoniem voor vette moffen), gezellig-mollige kirrende Paraguayanen, een schoolklas uit Engeland en twee Brabo’s die de de luxe tour gingen van Project Paraguay. Er is een levendige migratie-industrie ontstaan in Paraguay en een van de concurrenten van Project Paraguay is Migratie Meesters. Veel Nederlanders komen naar Paraguay vanwege de fiscus, justitie, de verstikkende overheid en de onveiligheid. In de serie Wakker in Paraguay zit een hilarisch moment want een meneer die handelt in 5G-detectoren (een soort aluhoedje) is stomverbaasd om te horen dat er een hele gemene lockdown was in Paraguay, dat dus niet bepaald het gedroomde antivaxxersparadijs is, nog even los van de gevaren want de dood loert hier in ieder hoekje.
Toen ik bijna 20 jaar geleden in Paraguay woonde, waren er welgeteld 6 Nederlanders in het land. Ik reken Heineken-ontvoerder Fransje Meijer, alias Stekel, niet mee. Het waren allemaal mannen die voor of door de liefde naar Paraguay waren gekomen. De Koninginnedagvieringen waren bepaald niet uitbundig, maar ik liet mij het oranjebitter en de bitterballen uiteraard goed smaken want eindelijk deed het vaderland iets voor mij terug. Ik was expat (liever noem ik mijzelf een vlieg op de muur) in Israël, Libanon, Paraguay, Brazilie, Limburg en nu in Portugal, en de lat ligt wat lager als het gaat om contacten leggen met landgenoten. Ik ging met Nederlanders om die ik in bijvoorbeeld Amsterdam toentertijd zou mijden als de pest. Die Nederlandse kolonies in het buitenland hangen vaak als los zand aan elkaar. Lotgenoten, slechts met elkaar verbonden door liedjes van André Hazes en bitterballen op Koningsdag. Ik voelde weinig cohesie tussen Nederlanders in Wakker in Paraguay, daarvoor bleken hun idealen en overtuigingen toch te verschillend. Ik moest vooral denken aan die oude wijsheid van Horatius: Caelum non animum mutant qui trans mare currunt: zij die over zee trekken, veranderen van klimaat maar niet van aard. Kortom: je neemt altijd jezelf mee. Volgende week in dit theater: deel 2 van Paranoia Paraguay. Hier alvast wat kiekjes!
Reaguursels
Dit wil je ook lezen
Bij de aangekondigde dood van Tita
Soep van de Week in het StamCafé
Tel Aviv, misschien wel de leukste stad van de wereld
Soep van de Week met heerlijke foto's van de enige echte Thomas Schlijper - Tevens StamCafé
Arthur van Amerongen – Vakantie is voor paupers en loonslaven
Soep van de Week, tevens Stamcafé
In memoriam Reggie Smith
Soep van de Week in Het StamCafé
Nederland al sinds mensenheugenis een bolwerk van schaamteloze jodenhaat
Drinken wij Halve Liters Bier...
65 kaarsjes voor Ome Tuur in het Stamcafé
GeenStijl feliciteert Arthur van Amerongen
Arthur van Amerongen - Hoerenman
Soep van de Week, teven Stamcafé

