achtergrond

Geenstijl

login

word lid

nachtmodus

tip redactie

zoeken

Annus Horribilis 2023 - De laatste stuiptrekking van de schrijvende aap Don Arturo (16)

Ik ben gewoon een vreselijk saai mannetje zonder drank en drugs. Zelfs voor hobby’s ben ik te saai.

Donderdag 20 april

De belangrijkste conclusie na een maand geheelonthouding: ik ben gewoon een vreselijk saai mannetje zonder drank en drugs. Zelfs voor hobby’s ben ik te saai. Als kind spaarde ik tenminste nog voetbalplaatjes, sigarenbandjes, munten, speldjes en postzegels. De hamster in mij is dood, want ik verzamel helemaal niets meer. Ik vind verzamelaars sowieso een beetje sneu. Alsof je al die spulletjes mee kunt nemen naar de eeuwige jachtvelden. 

Dat ik niet hamster is trouwens niet helemaal waar, want ik heb een stuk of honderd koffiecapsules van L’OR (intensiteit 13, Barista) vier tubes scheercrème van het merk Palmolive, vier tubes Uriage crème  tegen seborrheic dermatitis (een soort schurft, met hele gore huidschilfers) en negentig rollen toiletpapier van het Portugese topmerk Renova (Deca, 4 vellen, subtiel geparfumeerd). De simpele reden is dat al deze spullen in de aanbieding waren, want ik ben bepaald geen prepper. 

Preppers zijn pas echt zielig. Mijn vriendin woonde lang aan de Spiegelplas in Nederhorst den Berg en op vrijdagmiddag vertrokken er uit de jachthaven altoos bootjes met volwassen kerels die als Rambo waren uitgedost, met camouflage-kleding, Navy Seals baseball caps, muskietengaas, fuiken, een tent en tot de tanden bewapend met survival-messen en hengels, alsof ze de Vietcong gingen uitroeien. In de Spiegelplas liggen eilandjes en daar bleven die stumperds dan tot zondagmiddag “overleven”, rukkend op pornoblaadjes, slap bakkie-bakkie-ouwehoeren met maten op andere eilandjes en maandag weer lekker jasjedasje naar het assurantiekantoor.

De eerder genoemde gehamsterde luxe WC-rollen verdienen enige toelichting. Niets kan mij in grotere woede ontsteken dan inferieur pleepapier waar je vinger tijdens het vegen doorheen schiet en dat je dan de poep uit je nagels moet krabben met de nagelvijl van moeder de vrouw. Portugezen zijn behoorlijk op de penning en bij mensen thuis en in de horeca hebben ze altijd het allergoedkoopste pleepapier. En dat terwijl het land één groot woud van eucalyptusbomen is. De eucalyptus wordt hoofdzakelijk gebruikt voor pleepapier, de invasieve boom (komt uit Australië) fikt als een fakkel en is daarom de ideale aanstichter van bosbranden. Goedkoop is duurkoop, want uit wraak veeg ik dan gewoon een hele rol weg. Dat zal ze leren. 

Overigens heeft Renova, een puur Portugees merk, ook zwart wc-papier. Bijna 4 euro per rol en dus eigenlijk vooral leuk als verjaardagskado. Het voordeel van zwart pleepapier is dat je dan tenminste niet kunt zien of er een aambei open gescheurd is tijdens het vegen. Ik overweeg trouwens een anal bleaching want dan ben je gewoon in 1 veeg klaar en hoef je tenminste geen tarrels meer weg te bikkelen. 

Misschien moet ik de klusjesman maar eens bellen voor mijn lekkende bidet, want er is niet lekkerders dan een keiharde straal water in je reet, en bovendien is een bidet veel beter voor het milieu dan wc-papier.

Eigenlijk is het behoorlijk cynisch dat ik mijn hele leven tegen saaiheid heb gevochten en uiteindelijk gewoon een saai mannetje ben geworden, een insipide huismus. Ik begin steeds meer op mijn oerdegelijke vader te lijken. Nog een paar jaar en ik ben net zo oud als pa toen hij doodging. Scary. De kakkineuze familie van mijn moeder vond pa een sukkel, een kluns en een nerd. Hij was summa cum laude afgestudeerd aan de Landbouwhogeschool van Wageningen en kletste nooit mee met de broers van mijn moeder over voetbal en andere banaliteiten. Als mijn moeder weer eens was opgenomen in het gesticht in Wolfheze (waarom bouwen ze gekkenhuizen altijd naast een spoorlijn, zie Santpoort), werd ik vaak bij kwaadaardige ooms geparkeerd. Die maakten steevast dezelfde grapjes over mijn pa. De ooms hadden tijdens de Tweede Wereldoorlog naar hun zeggen in het verzet gezeten en terwijl zij met een katapult stenen schoten naar de mof, zat mijn pa te trutten met zijn herbarium of naar de sterren te kijken. Ontelbare keren ben ik jankend weggerend. Mijn vader was mijn steun en toeverlaat in die tijd, mijn lieve anti-held van wie ik alles mocht. 

Eens waren we bij de Pier in Scheveningen en gaf mijn vader mij tien gulden. Dat was een enorm bedrag in die tijd en al helemaal voor pa, die in het beste geval een paar stuivers voor de koffie op de KEMA in zijn van ellende uit elkaar vallende portemonnee had. Mama riep altijd dat pa niet met geld kon omgaan, en dat klopte. Zij deed de boekhouding en de huishoudkas. Op zaterdag stuurde ze pa naar de markt met een boodschappenbriefje en precies het bedrag dat hij nodig had. Ze behandelde hem als een kind. Altijd kwam hij, al dan niet uit nijd, met de verkeerde boodschappen thuis. In Scheveningen zette hij mij af bij de ingang van de Pier en ging schelpen zoeken op het strand. Ik heb de tien gulden verkwanseld aan grijpautomaten en muntenschuivers. Uiteraard won ik niets en toen ik papa na een uur weer terugzag, huilde ik tranen met tuiten van berouw. Hij aaide mij over de bol, trok aan zijn sigaar en zei dat geld de wortel van al het kwaad in de wereld was. Hij mompelde vervolgens een Bijbeltekst, iets als: ‘Die het geld liefheeft, wordt het geld niet zat. Die wijsheid komt uit Prediker 5, vers 9: ‘Die het geld liefheeft, wordt van het geld niet zat; en wie den overvloed liefheeft, wordt van het inkomen niet zat. Dit is ook ijdelheid.’

Ik hecht geen enkele waarde aan geld en dat kwam mooi uit tijdens mijn decennia durende drugsverslaving. Met het geld dat ik heb weggerookt en weggesnoven, had ik een aardig huis, een auto, een jacht en een renpaard kunnen kopen, maar ik ben totaal niet materialistisch. Ik heb een gruwelijke hekel aan gierige mensen en dat heb ik te danken aan mijn vader, al ben ik meer het type ‘geld moet rollen’. De enige munten die bij papa rolden, waren de stuivers voor de koffieautomaat op de KEMA. Zijn salaris ging direct naar mama.

Mijn pa heeft - goddank - slechts 1 dag in militaire dienst gezeten. Tijdens de eerste de beste oefening brak hij zijn been. Veel leed is de lieve, overgevoelige man bespaard gebleven. Ik moest aan hem denken toen ik het boek Wij waren geen soldaatHet leger was voor losers las. Vuijsje is socioloog en journalist en een van de alleraardigste linksmensen die ik ken. En veel gezelliger en liever dan zijn broer Bertus die bivakkeert in het Rosa Spierhuis te Laren, waar hij samen met Henk Spaan de verpleegsters het leven zuur maakt. Bovendien heeft Herman een zeer charmante dochter die ook nog eens voortreffelijk kan dichten, maar dit uiteraard terzijde. Enfin.

Ik ben bepaald geen pacifist (dit vind ik bijvoorbeeld heerlijk om naar te kijken), maar ik ben van lichting 1959 en hoefde de koningin dus niet te dienen. Als ik wel had moeten komen opdraven, was ik naar de keuring gegaan in het ondergoed van mama, op haar pumps, met lekker veel hairspray in mijn lange haar, odeklonje onder mijn oksels en mijn smoel rood geverfd met haar lippenstift. Mijn broertje tien jaar jonger, ging wel en vertelde mij smakelijke verhalen over zijn dienstplicht in een kazerne op de Utrechtse Heuvelrug, nabij Rhenen: blowen, pornokijken, spotgoedkoop bier drinken, een beetje kanonnen poetsen en aan het einde van de maand 800 guldentjes opstrijken. Een vrolijk liedje van Rijk de Gooyer over de dienstplicht ter afsluiting.

Vrijdag 21 april

Al een maand geen katers meer. Dat is een van de grootst voordelen van niet meer zuipen. Ik ben een ochtendmens, sta op voor het krieken van de dag, ga dan in de schemering met de honden wandelen op  het strand van de Ria Formosa, en daarna tikken. Met een kater des doods ben ik twee dagen kwijt, om nog maar te zwijgen over de desastreuze en vooral contraproductieve deliria en dientengevolge een grondige hekel aan de mensheid en aan het nutteloze bestaan.  

Nu sta ik bijna fluitend op (bijna, want ik ben nog steeds intens verdrietig over het verlies van mijn hondje Jamba) en heb ik zin in de dag. Nadeel: de nazi in mij heeft zin om de alom tegenwoordige zuipende toeristen te neutraliseren. In de Algarve wemelt het van de expats die al beginnen te zuipen zodra de 10 in de klok zit. Heel erg Nederlands is dat, dat er gezopen moet worden zodra de koperen ploert zich even laat zien. De mantra van de Hollander op vakantie: Zon = feest = zuipen.

Vergelijk het met Wadden-alcoholisme: toeristen die zich een delirium slempen op de ochtendveerboot om het Sil de Strandjutter-gevoel te krijgen. Die ouwe Nederlandse alcoholisten in de Algarve roepen vaak: ja maar, die Portugezen drinken ook een borreltje bij het ontbijt. Zeker en waar, maar dat zijn vissers die de hele nacht verkleumd op woelige baren varen. Die drinken een paar neutjes als slaapmutsje en gaan daarna naar bed. Over alcoholisten gesproken: ooit heb ik LEF  Magazine gehaald, het tijdschrift van de Vakbond voor Alcoholisten, geheel betaald door de roverheid. Ik ben in goed gezelschap want in de laatste editie staat een groot interview met nitwit Dave Roelvink. 

In mijn nieuwjaarscolumn voor de Volkskrant schreef ik destijds heel opgewekt: Op 1 januari woonde ik precies vier jaar in de Algarve en het was weer eens de hoogste tijd voor een reality check. Van een decadente wereldburger die ’s ochtends in een bilveter over het strand van Copacabana jogde en ‘s avonds het wel en wee van Latijns-Amerika met Mario Vargas Llosa besprak tijdens een knabbeltje ceviche in Lima, was ik verworden tot een Algarviaanse keuterboer, met dien verschille dat ik een toonbaar gebit heb. Met dat mooi oud worden en opdrogen zat het wel snor, maar moest ik niet nog een keer groots en meeslepend de wereld bestormen? Ik schreef over mijn hartewens om ooit in New York te gaan wonen maar het werd Tel Aviv terecht. Rond het millennium woonde ik in De Stad Die Nooit Slaapt en keek ik iedere week met een clubje archetypische bloedmooie joodse dames naar Seinfeld. Tel Aviv was eigenlijk een soort New York, maar dan met hummus en ongecompliceerde seks. Ik was toentertijd een jonge god en mijn leventje in de hippe Shenkinstraat deed niet onder voor dat van Jerry Seinfeld. Eigenlijk was ik gewoon Jerry, maar dan zonder zijn neuroses.

Inmiddels begon het te gloren, die eerste januari. Ik rook de sinaasappelbloesem en wandelde met de honden naar het strand. Fuck dat hele New York ook, dacht ik. Het onzinnige plan was mij enkel door het hoofd geschoten omdat ik weer eens met drinken was gestopt. En wat schreef LEF, het vakblad voor alcoholisten naar aanleiding van mijn column?

Fuck dat hele New York ook, dacht ik. Het onzinnige plan was mij enkel door het hoofd geschoten omdat ik weer eens met drinken was gestopt’: zo eindigde de nieuwjaarscolumn van schrijver-journalist Arthur van Amerongen. Omdat de obstinate Arthur graag een loopje neemt met de feiten, weet ik nooit of zijn mededelingen waar zijn of niet. Maar ik geloof wel dat hij een alcoholist is. En ik geloof ook dat hij er zo nu en dan mee ophoudt: met drinken. En in die alcoholvrije perioden heeft hij kennelijk zin om te verhuizen, of om, zoals hij in de betreffende column in De Volkskrant schrijft, ‘nog een keer groots en meeslepend de wereld te veroveren’. Zin in actie dus. Herkenbaar. Want je moet toch wat. Als je niet drinkt. Niks aan de hand toch, hoor ik je denken. Klopt, maar toen concludeerde de Leffer: Ik ben heel benieuwd naar wat Martin en ik de rest van het jaar gaan doen. Martin! Martin van Amerongen! Ik ben godverdomme Arthur van Amerongen, stelletje geheelonthoudende subsidiesponzen. Van zulke fouten ga ik nou aan de drank, klootzakken van LEF! 

Ik merk dat ik heel veel tijd overhoud nu ik niet meer zuip. Het saaie nazimannetje in mij brult: “Tijd voor de grote lenteschoonmaak! Aufräumen! Wat heet lente, het is hier 26 graden. De verloofde zit in Nederland, ik heb het rijk alleen en grijp mijn  kans. Ter aanmoediging kijk ik even naar een opruimfilmpje van die geile Marie Kondo en de geest is uit de fles. Uitmesten. Minimaliseren! Laat licht en lucht uw woning binnentreden! Alleen hebbedingetjes die mij een harde tokimeki geven, mogen blijven. Gelukkig heb ik amper bezittingen. Die kunnen toch niet mee naar de hel. De bibliotheek - eufemisme voor een zooitje bij elkaar geraapte boeken - is een afgrijselijk stofnest. Daar moet de beuk in. Ik heb reisgidsen over Portugal en de Algarve in alle talen en uit alle tijden. De enige die mijn schoonmaakwoedeaanval overleven, zijn de Michelin 2019 en die van brombeer José Rentes de Carvalho: Portugal - een gids voor vrienden. Hoeveel reisgidsen zou Floortje Dessing hebben? De oude Confucius zei eens dat het beter is een mijl te reizen dan om duizend boeken te lezen. Ik vind dat gelul want het is een misverstand dat reizen verrijkt. Dwangmatige globetrotters zijn meestal onuitstaanbare betweters, stompzinnige kilometervreters die ditjes & datjes uitbraken over een spotgoedkoop stinkpension op de zoutvlakte van Uyuni in Bolivia. Met lichte tegenzin ruim ik een versleten exemplaar van In Patagonia. Dat monumentale boek van Bruce Chatwin was voor mij de enige aanleiding om naar de aars van de wereld te reizen (de Algarve is de aars van Europa, dus de cirkel is rond). Uiteindelijk zat ik vanwege een vulkaanuitbarsting een maand vast in Ushuaia op Vuurland. Het droevige vreten daar is mijn enige herinnering. Reizen maakt dom. Van tante Marie mag ik maar dertig boeken overhouden. Oude, vergeten exemplaren moet ik van haar wakker maken door heel hard in mijn handen te klappen. De boeken die flauw en zielloos reageren, gaan mee met de vuilnisman. Hupsakee, daar gaat De Metsiers van Hugo Claus. Doei, Vrouwenzand van Robert Anker. Ciao, Allerzielen van Cees Nooteboom. De Gouden Doerian van Marja Pruis reageert helemaal niet op mijn geklap. Opzouten, ondankbare rotboeken. Laat licht en lucht mijn bibliotheek binnentreden. Banzai!

Zaterdag 22 april

De meest kinderachtige en meest ongelezen column in de Volkskrant is die van de De Betrouwbare Mannetjes. Niet eens goed voor een glimlach. Vandaag weer zo’n misbaksel, getiteld Vul nu de enquête van de Betrouwbare Mannetjes in.  *In het najaar van 2022 verslechterde de negatieve stemming in Nederland verder. Dat blijkt uit een enquête van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat deze week verscheen. 62% van de Nederlanders vindt dat het de verkeerde kant opgaat met het land. Daar staat tegenover dat 85% van de Nederlanders nog steeds tevreden is over hun eigen leven. Vul in: 1 (zeer oneens) 2 (oneens) 3 (neutraal) 4 (eens) 5 (zeer eens) 28. Ik overweeg naar Portugal te emigreren om dan vanuit daar verder te gaan met de hele dag twitteren hoe kut alles in Nederland is. *

Ik neem aan dat de betrouwbare mannetjes op mij doelen want ik stik natuurlijk van woede als ik het Nederlandse nieuws volg en twitter dan hoe kut alles is in het treurige vaderland. Overdreven laconiek roep ik wel eens dat kritiek geven op afstand – de zogeheten helicopterview – heel verfrissend werkt, maar dat is dus niet zo. Machteloos en tot op het bot verzuurd voel ik me als ik de laptop dichtklap omdat de honden weer eens moeten vreten en schijten. De overstelpende haatpost gaat me ook niet in de koude kleren zitten, want ik ben niet van steen noch van Teflon. Helaas denken mijn lezers denken vaak dat mijn cursiefjes gedrenkt zijn in ironie en dat ik helemaal chill en zen ben in de Algarve: de godganse dag met de honden op het strand banjeren, als de negen in de klok zit een drupje brandy om het af te leren, vervolgens een natte lunch op het strand, om 1600 uren gereetveterd chillen in een loungetent en daarna nog even een Romeinse orgie meepikken in de jeugdherberg van Albufeira. Maar het tegendeel is waar: ik zit mij hier in mijn strandhut de godganse dag helemaal op te vreten over de kuttoestand in Nederland. En nu ook nog eens zonder alcohol en dope. Bah.

Zondag 23 april

Naar de vlooienmarkt in Faro met de Nijmannetjes. Kip eten. De beste en goedkoopste piri-piri vind je namelijk op de zondagse vlooienmarkten in de Algarve. De kippen worden daar gegrild op enorme roestige en rokende installaties die zo als decor zouden kunnen dienen in een willekeurige *Mad Max-*film. De Frango piri-piri eet men aan lange houten tafels, op een klapstoeltje, en al met al kost een hele kip hooguit 8 eurootjes. De piri-piri (Swahili voor rode duivel) is een variëteit van de pepersoort capsicum frutescens. Die peper komt oorspronkelijk uit Amerika en is door Portugese zeevaarders naar Afrika gebracht. Daar werd het al snel deel van een kruidenmix, ook wel in de vorm van een olie. Piri-piri olie bestaat in zijn eenvoudigste vorm uit olie, cayennepeper, chilipeper en keukenzout. Een veelgebruikt mengsel bestaat uit een handgemalen melange van de Spaanse paprika, sel gris (Frans zeezout), piri-piri-pepers, oregano, gember, kardemom, knoflook en uiensnippers. De zeemannen namen deze mix uit Mozambique en Angola mee naar Portugal waar het nu een populair ingrediënt in de nationale keuken is. Vanuit Portugal begon het zich via Zuid-Afrika en India over de rest van de wereld te verspreiden. De restaurantketen Nando's  richt zich op met piri-piri gemarineerde kipgerechten. Overigens heb ik in Zuid-Afrika, Zimbabwe en Zambia uit pure noodzaak een paar keer bij Nando’s gedineerd maar dat was nou bepaald niet om over naar huis te schrijven. Laat ik me voorzichtig uitdrukken: ik kreeg ineens vreselijke heimwee naar een satékroket van Febo (die desnoods een paar uur in de muur had liggen garen en dientengevolge niet helemaal knapperig meer was). Mijn favoriete kippentent isFrango da Ria, aan de N125 tussen Olhao en Fuseta. Ze hebben een schoorsteen die niet zou misstaan tussen de Hoogovens en dat is een goed teken. Eet je daar ongans aan kip en hou een plekje over de doce de casa, het toetje van het huis. De doce de casa roept herinneringen op aan Saroma, maar ook aan tiramisu. Pudding of gecondenseerde melk, slagroom, een koekje en nog wat geheimen van de kok: het is een goddelijk dikmakertje. En voor de vunzige smerige gore rot-alcoholisten (ik ben een good sport): Neem een lekkere bel Portugese brandy bij de bica! Hier geen nat glas zoals in Nederland, waar je zo maar 8 euro aftikt voor een smerige Joseph Guy, maar een vorstelijk bel Macieira voor een schijntje. Tip van Tuur, en ik kan het weten: Portugal is niet de juiste plek als je met drinken wilt stoppen.

Iedereen weer boos omdat ik vetschaam. Ik herinner mij die rel rond rond socialite Olcay Gulsen, die als twee druppels water op Katrien Duck lijkt. De eendenbek had iets gemeens gesnaterd over dikke vrouwen en fitness. Nou is het algemeen bekend dat dikke mensen veel gezelliger zijn dan broodmagere mensen en dat je altijd met ze kunt lachen. Dikkerdjes zijn dan ook onlosmakelijk verbonden met de moderne geschiedenis van de humor: denk maar aan Roscoe ‘Fatty’ Arbuckle, Oliver Hardy, Lou Costello, John Candy, John Belushi, Dawn French, Rita Corita, Roseanne Barr, Mimi Kok, Hanneke Groenteman, Asha ten Broeke en Linda Duits. Bij ons thuis werden de stripverhalen van Billie en Bessy Turf – de dikste studentjes van de wereld – verslonden. Grapjes over moddervette tantes vlogen tijdens de warme maaltijd over de tafel, maar als ze op visite kwamen, werden ze hoffelijk en respectvol behandeld. al keek ma heel bezorgd wanneer de gasten puffend in haar antieke stoeltjes ploften. Ik plaagde de zwetende kamerolifanten vaak met scheetkussens en jeukpoeder. En als ik in gedachten mijn ouwe heer weer stikkend van het lachen naar de keuken zie vluchten, denk ik: zo slecht had ik het nou ook weer niet thuis. 

Mijn moeder riep altoos als ze een dik iemand zag: ‘Ieder pondje gaat door het mondje.’ Meestal voegde ze daar zonder enige ironie aan toe: ‘Dikke mensen eten altijd, Tuurtje. Let er maar eens op.’  Zelf was Mien zo mager dat ze door de brievenbus kon, dus ze had makkelijk praten. Toen socialite Halina Reijn in een column iets over een zeekoe schreef, waren, net als bij eendenbek Olcay, de rapen gaar. Actreutel Reijn is vel over been en dat deed pijn bij de gekwetste corpulenten. Slanknijd dus. 

Ik ben sinds ik met drinken ben gestopt - zaterdag vijf weken clean, jippie - zeker twee kilo lichter geworden. Ik kan zowaar de poepert weer zelfstandig vegen (note to self: even anal bleaching googelen en andere methodes om tarrels te bestrijden) en het strikken van de veters is ook weer mogelijk.

Over vetzakken gesproken: Marieke Elsinga - die met haar bakkes tussen de draaideuren van een winkelcentrum heeft geklemd gezeten - voerde in haar dramatische kijkcijferflop Alles is Muziek twee zwaarlijvige Aziatische mannen op en zei: “Ze komen helemaal uit Tokio, Japan. Dit duo staat bekend omdat zij echt werkelijk de gekste geluiden kunnen maken met hun lichaam. Ik heb hier een pompje waarmee je ballonnen op kunt blazen. Wat kunnen ze met dit pompje in combinatie met hun lichaam?”

Toen waren de rapen gaar want televisieprofessor Tina Nijkamp schreef schuimbekkend: “Nota bene twee maanden na een groot artikel in de Volkskrant waarin duidelijk werd dat Meneer Cheung uit Ik Hou van Holland anno 2023 echt niet meer zou kunnen, lijkt het erop dat Alles is Muziek zich daar niks van aantrekt. In de nieuwe promo voor aankomende zaterdag is te zien dat de twee Aziatische mannen die vorige week als ‘kermisattractie’ werden opgevoerd omdat ze geluid kunnen maken met hun navel, er deze zaterdag wéér in zitten. Heeft Alles is Muziek z’n eigen Meneer Cheung? Hoe kan dit?

Juffrouw Nijkamp, die er uitziet als een oude versie van Linda de Mol na een goedkope botoxbehandeling, moet haar klep houden. Die twee Aziatische zeekoeien verdienen met veel plezier hun centjes met deze optredens, en ik zou er graag voor betalen als ze Asha ten Broeke eens flink zouden sandwichen. 

Ook vet geil is de taartscene (vanaf 1 uur 41)  in de briljante, zeer onderschatte film De Mantel der Liefde van Adriaan Ditvoorst. Wat een genot om die heerlijke Mimi Kok, ook wel bekend als Gé Braadslee, in haar blote gat te zien rond huppelen! Voor de volledigheid: Adriaan Ditvoorst (Bergen op Zoom, 23 januari 1940 – aldaar, 18 oktober 1987) was een Nederlandse filmregisseur. Met zijn sombere, bizarre en lyrische films werd hij al snel het boegbeeld van de Nederlandse experimentele film. Zijn talent bleek ook zijn zwakte: de regisseur was zo eigenzinnig dat hij zich moeilijk kon aanpassen aan de eisen van het publiek, met als gevolg dat vrijwel al zijn films financiële tegenvallers waren. Gebrek aan succes en problemen in zijn privéleven zorgden ervoor dat hij in 1987 zelfmoord pleegde. En de rest leest u hier maar. En hier een mooi gefilmd portret van Ditvoorst. 

Maandag 24 april

Zo maar een huilbui omdat ik Jamba mis. De enige remedie is meteen met Tita en Matcha naar het strand te gaan. De geest moet waaien. Tijdens de lange wandeling denk ik dat de dood van Jamba mogelijkheden biedt voor een hondje in het asiel. Ik wil weer drie honden. Tita is 13 en wordt nu snel oud. Ze mist haar zus. Ze wandelt vrolijk mee, eet goed en poept goed, maar haar botten zijn versleten. Een beetje vers bloed in de roedel kan geen kwaad, al zorgt Matcha (pas 5) voor veel leven in de alcoholvrije brouwerij.

Dinsdag 25 april

Ik word net als mijn gewaardeerde collega Hans ook heel erg moe van de staatshofnarren Groenteman en Van Roosmalen. Let maar eens op wie ze niet belachelijk maken: hun broodheren. En dan die Aaf, de vrouw die iedere man stante pede tot homofiel omtovert. Ik werd dan ook niet bepaald verdrietig van het goede nieuws dat Mr. Ed-Brandt Corstius het uitgemaakt heeft met de allerengste gnoom van Nederland toen ze achter kwam dat ET van de verkeerde kant is.

Reaguursels

Dit wil je ook lezen

Annus Horribilis 2023 - De laatste stuiptrekking van de schrijvende aap Don Arturo (52)

“Meneer van Amerongen: steek uw Annus Horribilis maar in een geheime opening waar de zon nooit schijnt!” (tevens Stamcafé)

@Arthur van Amerongen | 03-01-24 | 22:15 | 458 reacties

Tip de redactie

Wil je een document versturen? Stuur dan gewoon direct een mail naar redactie@geenstijl.nl
Hoef je ook geen robotcheck uit te voeren.