Tweede Kamerlid Peter van Duijvenvoorde (FvD): De onthoofde godin - Nolans The Odyssey als existentialistische film
INGEZONDEN STUK door toch een beetje de Odysseus van de Staten-Generaal, tevens bekend van Instagrampagina Filmkritiek. Want met een bord vol Eerlijk Eten op schoot worden daar ook nog eens films gekeken, oordeel zelf! (tevens Stamcafé)
Door Peter van Duijvenvoorde (@/@)
Het brandt. Een bebaarde man, een bedelaar, zit op een trede. Hij leunt tegen een bruin, of meer roestkleurig scherm. Schaduwen van vlammen van aangestoken haarden om te verlichten en te verwarmen flikkeren over zijn half in de schaduw gehulde gelaat. Het scherm waar hij tegenaan leunt is doorspekt met doorkijkbare gaten die bijna als mozaïek erin verweven zijn.
Hij praat tegen een vrouw aan de andere zijde: zwart haar, lange hals, statig; Penelope. De vrouw van Odysseus, inmiddels de wanhoop nabij nu ze al twintig jaar op haar man wacht: tien jaar om te vechten, tien jaar om te reizen. Ondertussen wordt ze overspoeld met vrijers die hopen haar te huwen om zo koning van Ithaka te worden; Odysseus moet immers wel dood zijn.
De bedelaar verhaalt over de overwinning op Troje; anders dan de barden steekt hij geen loftrompet op de oorlog en al helemaal niet op de list om in de buik van een paard de stad binnen te komen en ‘s nachts de poorten te openen voor de andere soldaten. Sterker; hij lamenteert het.
Hij vertelt over de gruwelen die hij zag gebeuren die bewuste nacht; hoe ze de gift van het offer hadden misbruikt, het heilige vernietigden, de stad tot de grond toe afbrandde en hoe tien jaar aan wachten in het dorre zand gewroken werd door soldaten op iedere inwoner van de stad; man, vrouw, kind, burger en priester.
"One man’s idea, one man’s trick… to break Zeus’s law forever. We live in a world of palaces, trades, language, blinded with beauty… until we broke it."
Er is al veel gezegd over de Odyssey. Door de acteurs – de zwarte Helena, Zendaya als Athene, Elliot Page als Sinon –, is de film inzet geworden van de cultuurstrijd, nog voor vertoning. Begrijpelijk, en jammer, want het heeft de film politiek gemaakt. Een liberale film, “woke”, een verzwakking van de held die schaamte en schuld kent, of een conservatieve film die uit is op het herstel van orde, kritisch is op gastvrijheid en die pleit voor een herbezinning op onze beschaving.
Misschien zijn beide interpretaties wel juist, misschien zijn beide onjuist. Waarschijnlijk, zoals altijd, beide een beetje van, nuja, beide.
Wel denk ik dat door het zo politiek te maken, gemist wordt wat er nu eigenlijk op het spel staat in de film. Een kritische film over oorlog, is te makkelijk. Een subversieve film, te ideologisch. Een cultuurkritiek, maar welke cultuur en welke kritiek dan? Daar is het Nolan nooit om te doen; de meeste van zijn films gaan over de enkele man die zich tegenover een bepaalde orde gesteld ziet en zich ofwel daartegen verzet (The Dark Knight), ofwel hem zonder reparatiemogelijkheden voor altijd vernietigt (Oppenheimer) of die een verzoening zoekt tussen zichzelf én die orde.
(LEES)PAUZE: MEGAMIX
Dat laatste staat op het spel voor Odysseus en daarmee is de film een existentialistische film par excellence. En dan bedoel ik niet de Franse gauloises-rokerij en zwarte coltruien, maar de in zijn tijd over het hoofd geziene, licht gebochelde en in de straten van Kopenhagen mopperende Kierkegaard: veel elementen van zijn boek uit Vrees en Beven zijn bijna een op een te rijmen met het verloop van de film waarin Odysseus zowel zijn eigen individualiteit verovert via de aanvaarding van vrijheid en verantwoordelijkheid als de orde probeert te herstellen.
I
Belangrijk voor Kierkegaard is dat het algemene/de orde (de ethische wereld) tegenover het particuliere/bijzondere (de enkeling) staat. Zijn zoektocht in Vrees en Beven is in feite hoe hij tegenover Hegel, het individu kan redden, dat zich tóch geplaatst ziet in een orde.
De ethiek is de wereld die begrijpelijk is, uitlegbaar, te billijken, publiek. De enkeling handelt complexer, onzichtbaarder, soms zelfs – of juist – tegen die ethiek in. Maar dat kan misschien wel noodzakelijk zijn. Met andere woorden: als ethiek altijd het laatste woord heeft, wordt ze totalitair omdat ze de individualiteit opheft; er is misschien iets na de ethiek.
Noodzakelijk is dit voor Kierkegaard omdat hij probeert Abraham die zijn zoon, zijn eniggeboren zoon, Izaäk offert in opdracht van God te redden van het enige ethische oordeel dat mogelijk is: een moordenaar te zijn. Maar aangezien Abraham een aartsvader is, ‘een religieuze held’, moet daar iets anders gespeeld hebben dat de filosoof probeert te ontvouwen in zijn boek.
Tegenover de Abraham, de religieuze held, plaatst Kierkegaard twee anderen: Agamemnon en de Meerman (een mannelijke meermin, red.).
De eerste, de tragische held, moet zijn dochter Iphigeneia offeren omdat ze anders niet kunnen uitvaren richting Troje. Het is een zwaar offer, toch van een geheel andere orde: het is een daad binnen het algemene. Hij offert zijn dochter, maar weet quid pro quo wat hij daarvoor terug krijgt: een stille zee zodat hij uit kan varen. Agamemnon, geworpen in een wereld van plicht en gehoorzaamheid, maakt een kosten-bateanalyse en offert zijn dochter.
De ethische orde staat hier niet onder druk; de enkeling blijft uit.
De andere persoon is de demonische mens, de Meerman. Via de zonde, verleiding en leugens, onttrekt hij zich aan het algemene, aan de orde. Hij ontneemt het algemene zo zijn totalitaire reikwijdte en herovert zijn bijzonderheid. Maar doordat het geheim is, is het demonisch: het slaat naar binnen. Door zijn werkelijke ik te onthullen aan de lieve, naïeve Agnete, verdwijnt het demonische. Dat is niet zonder risico: zijn ‘offerbeweging’, zijn onthulling, de afloop ervan is hoogst onzeker. In zijn onthulling maakt hij Agenete namelijk tot een vrij mens; zij kan hem ook afwijzen na de onthulling. Maar via de onthulling – en gelukkig reageert Agenete liefdevol –, kan de meerman aan het demonische zwijgen ontkomen en weer onderdeel worden van de algemene wereld.
Het zelf is voor Kierkegaard geen bezit dat je hebt, maar een relationele term, het zelf ontstaat doordat het zichzelf verhoudt ín de daad van het zich-verhouden. Je wordt jezelf, bent jezelf, door je ergens toe te verhouden in een concrete daad.
Uiteindelijk is het Kierkegaard om iets anders te doen dan Abraham, hoe moeilijk dat ook voor te stellen kan zijn. Het is een casus. Waar het echt om gaat is de vraag hoe de mens als eindig wezen een oneindige belofte kan realiseren in deze wereld, of überhaupt kan dragen. Dat klinkt abstract. Maar bij het huwelijk, bijvoorbeeld, wordt oneindige liefde en oneindige trouw uitgesproken; hoe kun je dat doen als eindig wezen met alle tekortkomingen?
Waar het met name om gaat is de vraag naar de vrijheid: het is verleidelijk om je op te sluiten in de orde, zoals Achilles, Agamemnon, Hector, Odysseus doen. Vrijheid is, net als liefde, een opgave die eigenlijk niet te doen is als eindige mens.
Het algemene, of de gegeven orde, is daardoor aanlokkelijk, want de enkeling hoeft de worsteling van de vrijheid niet aan te gaan. Juist daarin schuilt volgens Kierkegaard het gevaar. Vrijheid is niet een bezit waarover de mens beschikt, maar de opgave waartoe hij geroepen is. De mens kan aan die opgave ontsnappen door zich volledig in de orde te verschuilen, maar houdt daarmee op werkelijk zichzelf te worden.
Toch wil Kierkegaard ook die orde niet opgeven; mensen hebben structuur nodig, regels, wetten, ethiek – maar deze twee moeten zich dusdanig tot elkaar verhouden dat zowel de orde als de vrijheid hun zegje kunnen doen.
II
Odysseus begint in de wereld van het algemene. Hij aanvaardt zijn taak, volvoert zijn plicht, heeft lief en hoop en is bereid. Hij is een koning zoals een koning moet zijn, hij is een getrouwde man zoals een getrouwde man moet zijn en als Agamemnon hem opdraagt mee te varen naar Troje voor een oorlog waarvan de afloop hoogst onzeker is, vaart Odysseus mee.
In de oorlog wordt hij een held. Hij is het immers die de list met het paard bedenkt. Ogenschijnlijk past dit in de logica van de oorlog waarvan de enige geldende waarde is of die gewonnen of verloren wordt.
Liederen worden gezongen, verhalen verteld: Odysseus is de Trojanen te slim af geweest en de Grieken hebben de oorlog dankzij hem gewonnen.
Maar tegen welke prijs?
Tien jaar duurt de tocht van Odysseus naar huis. Eerst stoppen ze op eiland Ismaros, dat ze plunderen en in brand steken. Ze hebben nu eenmaal honger. Wel zijn ze verbaasd over de angst van de mensen van het eiland; die angst betrof de “zeerovers”.
Daarna komen ze bij Polyfemos, de eenogige cycloop en zoon van Poseidon. Anders dan in het verhaal, is het hier niet hoogmoed die de motor zal zijn voor de verdere avonturen. Nadat ze hem verslagen hebben, kan Odysseus, die de bemanning heeft gezegd een andere route te varen; Odysseus, die de bemanning mee de grot in heeft genomen, het niet laten om de cycloop nog eenmaal in het oog te schieten met zijn pijl; als wraak voor de door hem opgegeten soldaten.
Ze blijven rondvaren: een zeeroute die maximaal een halve maand zou moeten duren, duurt tien jaar.
Oydsseus mist zijn vrouw, en bidt vaak tot Athene.
Het is bij de sirenen dat Odysseus de eerste scheur ontstaat in zijn relatie tot de orde en er een zelfbesef komt. Tot dan is hij de listige soldaat die Troje verslaat, aan de cycloop weet te ontkomen, naarstig op zoek naar huis, naar zijn vrouw Penelope en zoon Telemachus. Maar bij de sirenen komt hij tot het besef: ik wil niet naar huis.
Iets weerhoudt me ervan thuis te willen komen. Zijn bemanning, inmiddels klaar met hem, laat hem achter op het eiland van de heks Circe. Niet veel later worden zij in varkens veranderd en het is Odysseus die, dankzij zijn vermogen tot opmerkzaamheid, niet in de val van de heks trapt en haar dwingt zijn bemanning weer tot mens te veranderen. Ondertussen heeft zij een preek gegeven over hoe ze dan wel mensen zijn, maar varkens wie ze echt zijn; vreten, seks, comfort.
Odysseus is hier de enige die mens is gebleven, zijn singulariteit wordt steeds belangrijker.
Bij de wereld van Hades gebeurt hetzelfde: zijn bemanning zal sterven, Odysseus zal overleven, is de voorspelling.
Voor Ithaka, blijft Odysseus zeven jaar bij de vrouw Kalypso. Zij helpt hem zijn geheugen te vergeten, wordt verliefd op hem, en al die jaren leeft Odysseus in ideale onwetendheid. Er is voedsel, drinken, geborgenheid. Hij weet dat hij dingen vergeten is, zijn bemanning, bijvoorbeeld, of hij een gezin heeft gehad weet hij niet meer.
Maar het komt erop neer: hij verblijft hier omdat hij niet wil weten wat hij inmiddels al is gaan weten; tot hij zich er niet meer voor kan verbergen en beseft dat hij terug moet naar Ithaka, naar zijn vrouw en zoon.
En steeds verschijnt Athene aan hem, reist ze met hem mee; geen grote god die boven mens en wereld staat, maar een jonge vrouw, al te menselijk, die hem door alles heen niet loslaat.
Met grote stappen zijn we op Ithaka aangekomen. Odysseus, die de wereld van onderop wil waarnemen omdat de wereld dan eerlijker is, verkleedt zich als bedelaar. Penelope is de wanhoop nabij en Telemachus is rechtvaardig, maar ook een beetje zwak; een soort koning Lodewijk XVI. Aan goede wil ontbreekt het hem in ieder geval niet.
Dan wil Penelope met de bedelaar praten.
III
In de biecht van de bedelaar tegen Penelope, zij weet nog steeds niet met wie ze van doen heeft, vertelt Odysseus over Troje. Athene zit naast hem terwijl hij dit doet. Zijn ogen worden eerst vochtig, dan betraand.
In Troje heeft hij die gezien wordt als de listige soldaat, de orde omver geworpen. De wet van Zeus heeft hij gebroken en daarmee is het hele systeem ingestort. Hij is gepijnigd, gebroken, door wat hij gezien heeft nadat zijn manschappen Troje binnenvielen: de slachtingen, de verkrachtingen, het vuur, de haat; toen had hij het misschien niet zo door, maar nadien is hij op de vlucht geweest. Hij wilde niet thuiskomen uit schuldgevoel en schaamte; hij wist niet meer wie hij was.
Dan zien we in een terugblik de vrouw die we als Athene hebben leren kennen in Troje. Ze – is het een meisje, een vrouw, een priester – wordt vastgepakt door twee soldaten en een derde pakt een zwaard terwijl zij schreeuwt, naar Odysseus kijkt en wordt onthoofd terwijl tegelijkertijd het beeld van Athene wordt onthoofd.
Terwijl hij dit vertelt, steekt hij zijn hand uit richting Athene, zij steekt haar hand ook uit en ze verzoenen zich met elkaar.
Onduidelijk is of Athene louter projectie is of werkelijk de vermoorde godin. Is Athene louter projectie, dan wordt het een psychologisch symptoom met een gezicht, dan is ze de incarnatie van de schuld van Odysseus. Is ze slechts de godin, dan klopt de verbeelding in de film niet. Het blijft dus onbeslist. En misschien is dat ook niet erg: op het moment dat zij onthoofd wordt, wordt ook Athene onthoofd; de onschuld is verloren en de orde behoort vanaf nu tot het verleden. Orde en dat ene, concrete, sterfelijke gezicht gaan blijkbaar hand in hand.
Dat ze zich met elkaar verzoenen, draagt dan ook meerdere lagen in zich: ze kunnen zich verzoenen doordat Odysseus de (gebroken) orde erkent en zich daarmee verzoent, wat dus zegt dat hij ethisch gezien, gewoonweg schuldig was aan een slachting. Ook kan het zo zijn dat hij door naar Athene te kijken, zijn hand uit te steken die wordt aangegrepen, pas de verantwoordelijkheid echt op zich kan nemen – dat hij er niet alleen voorstaat, niet helemaal althans.
Hierna is Athene verdwenen.
IV
Die biecht is het centrum van de film.
Odysseus ziet hoe hij de orde heeft vernietigd; duidelijk wordt ook over de gevreesde 'mensen van de zee', dat hij dat zelf was die plunderde, of dat het een gevolg was van de gevallen orde. Dat het in ieder geval een gevolg was van zijn handelen.
Wat we gaandeweg hebben zien ontluiken is dat Odysseus van de klassieke Griek die zijn taak uitvoert en plichtsgetrouw is, een mens is geworden in moderne zin met alles wat daarbij hoort: angsten, hoop, schaamte, schuldgevoel.
Natuurlijk, Achilles voelt woede nadat Agememnon hem zijn oorlogsbuit afneemt, Ajax pleegt zelfmoord uit schaamte, Hector blijft vechten omdat hij zich schaamt voor de Trojanen en Andromache als hij zou vluchten; hij wil niet terugkeren als lafaard en zelfs de literaire Odysseus verlangt voortdurend naar het herstel van de bestaande orde: Ithaka, Penelope, Telemachus en zijn koningschap.
Bij al deze figuren verwijzen de emoties terug naar een reeds bestaande orde van eer, plicht en goden; geen van hen ervaart zichzelf als degene die de orde zelf op zijn schouders draagt.
Bij Nolan wordt Odysseus een verhaal over individuatie, de openbaring dat ieder mens een individualiteit bezit die niet samenvalt met de gegeven orde en daar ook in conflict mee is. Precies zoals dat is voor Abraham als hij Izaäk moet offeren – wat hem vanuit de orde bezien gewoon een moordenaar maakt –, en voor de Meerman als hij liegt en bedriegt en daarmee zich onttrekt aan de orde.
Pas als Odysseus herkent dat hij schuldgevoel heeft – een proces dat begint bij de sirenen, versterkt wordt bij Kalypso en tot volle uitvoering komt in zijn biecht –, kan er een orde hersteld worden.
We zijn er nog niet: want hij heeft de biecht nog als bedelaar gedaan, het duurt nog even voordat Penelope weet dat hij Odysseus zelf is. Maar hij moest het als bedelaar doen, omdat Odysseus het vertrouwen van de meerman miste. Deze laatste durfde te zeggen: hier ben ik, in al mijn tekortkomingen. Odysseus zegt: ik kijk eerst even hoe de antieke versie van Agnete, Penelope, reageert voordat ik onthul wie ik ben.
Een gebrek aan vertrouwen; Mozes mocht nooit thuiskomen, de Meerman mocht wel trouwen, Abraham kreeg dat nageslacht talrijker dan alle sterren aan de hemel, Odysseus moet Ithaka uiteindelijk weer verlaten.
Maar hij doet dat niet nadat de orde is hersteld. De orde wachtte totdat Odysseus zijn individualiteit erkende en ook de schuld op zijn schouders durfde te nemen; hij was het die de orde verstoord had, hij was het die schuldig was aan de onthoofding van die vrouw en hij was het die zijn mannen de dood in hielp. Pas als Odysseus dat op zijn schouders neemt, kan er iets van een orde hersteld worden.
En, vanuit Kierkegaard, doordat hij die orde op zijn schouders neemt, de verantwoordelijkheid aanvaardt, geeft hij gehoor aan de roeping van de vrijheid en doordat hij dat doet, wordt hij een individu, wat Kierkegaard de enkeling noemt. Niet het noodlot, niet de goden, niet de wetten van de oorlog, híj heeft de keuzes gemaakt, hij moet dát verleden op zijn schouders nemen. En pas als hij dat doet, kan er in het heden ook echt iets gebeuren waardoor er een nieuwe toekomst ontstaat die geen causaal gevolg is van het verleden. In dit geval: een herstel van de orde.
Zijn gebrek aan vertrouwen, echter, maakt dat hij zelf altijd buiten de orde zal blijven staan: Telemachus zal hem voort moeten zetten op Ithaka, zo goed en zo kwaad als het gaat, omdat het Bronzen Tijdperk intussen lang en breed aan het verdwijnen is.
V
Een orde die niet door individuen, dat wil zeggen, door mensen die hun verantwoordelijkheid serieus nemen en handelen in vrijheid, wordt gedragen, stort uiteindelijk in door holle plichten en hysterie – zoals bij Agamemnon. Een individu dat zich nooit meer aan een orde verbindt, blijft demonisch of zwervend en geeft de orde geen kans opnieuw te bestaan, de tien jaar van Odysseus; een mens die zichzelf niet als individu herkent, kan zich überhaupt niet aan de orde verbinden, zich er hoogstens aan onderwerpen.
Het is via de aanvaarding van verantwoordelijkheid en schuld en daarmee dus de vrijheid dat de mens tot een individu wordt, op voorwaarde dat deze, net als bij de meerman, onthuld en uitgesproken wordt.
Dat neemt Odysseus mee in zijn ballingschap; en zeg nou zelf, dat is niet niets. Vrijheid verschijnt bij Kierkegaard niet vóór de schuld, maar in de aanvaarding ervan — en dat is precies wat Odysseus, in de biecht wordt: niet een koning, niet meer een soldaat, noch degene op de vlucht; maar een vrij mens.
Dat neemt Odysseus mee in zijn ballingschap, en dat is niet niets. Vrijheid verschijnt bij Kierkegaard niet vóór de schuld, maar in de aanvaarding ervan — en dat is precies wat Odysseus, in de biecht, wordt: niet een koning, niet meer een soldaat, noch degene op de vlucht, maar een vrij mens.
Makkelijk is dat niet: zijn thuis is zijn thuis niet meer. Maar het is, zou Kierkegaard zeggen, de enige opgave die ertoe doet.
Reaguursels
Dit wil je ook lezen
'Feministische vertaalster van de Odyssee' Emily Wilson over Nolans film: 'TE WOKE'
Ja dit is eigenlijk wel de leukst mogelijke uitkomst
The Odyssey review voorbij tribale stellingnames: eerste helft betovert niet, tweede helft verdienstelijk, maar beslist geen 'meesterwerk'
Haalt het zeker niet bij Nolans eerdere werk Interstellar, The Dark Knight en Oppenheimer
Door deze 17 seconden van 'Helena' nog minder zin in The Odyssey
Met meer dan een HALF MILJOEN downvotes de slechts ontvangen Nolan-trailer ooit
EUSSR-oekaze: falderappes mag niet langer op vliegvakantie naar het zonnige zuiden
Soep van de Week door Arthur van Amerongen, tevens: Stamcafé
De Grote GSHQ Zomerborrel Samenvatting
Drinken & Lachen in het Stamcafé
Stamcafé. 3 nieuwe Halo-missies in remake Halo 1
Nee we maken in het laatste kwartier van deze beschaving niks nieuws meer, maar soms houdt een geslaagde remake de illusie in stand
ORANJEKOORTS in het Stamcafé
We hebben zo'n gevoel dat Nederland in de halve finale gaan komen

