achtergrond

ingelogd als

lid

logout

word lid

nachtmodus

tip redactie

doneer

Arthur van Amerongen - Het enige wapen tegen narcostaat en drugsdelta Nederland: reguleren en legaliseren

Soep van de Week in het StamCafé

Ik aarzel altijd een beetje om in mijn GeenStijl-essayettes over drugs te beginnen, want het onderwerp werkt bij de reaguurders als een rode lap op een stier. Bovendien ben ik te oud om mijn lezers nog te choqueren met die flauwekul. Ik ga wel een keer opschrijven voor welke PvdA-kopstukken ik coke, MDMA, GHB, ketamine, mCPP en ordinaire speed (het hersenverwekende 3-MMC, ook wel ‘poes’ genoemd en de favoriete dope van de PRO-Jugend, was nog niet uitgevonden door de “koks”) regelde via levensgevaarlijk TBS-naffers in Amsterdam.  Ik was getrouwd met partijbons Edith Mastenbroek en iedereen kwam bij ons over de vloer. Reinier van Dantzig klopte vaak smekend aan maar die liet ik nooit binnen. Sowieso omdat hij geen PvdA-Angehörige was, maar vooral omdat iedereen in het Mokumse hem "de stofzuiger" noemde.  Willy van de Kerkhof, de legendarische PSV-middenvelder en bekend van Bolletje, werd ook zo genoemd, maar waarschijnlijk om andere redenen. De lezer, heil hij, zal ik dus nooit meer lastig vallen met goedkoop gekoketteer met die stompzinnige narcotica. Het enige dat ik nog kwijt wil over die kutdope, wordt prima verwoord door Marilyn Manson in dit liedje. In het kader van mijn “closure” keek ik deze week naar de vierdelige documentairereeks Drugsdelta van BNN-VARA. Rudi Vranckx, een soort Paul Jambers maar dan voor Midden-Oosten, en de sympathieke dikzak Sinan Can zoeken in deze peperdure productie een antwoord op de vraag of de Lage Landen narcostaten zijn geworden. Spoiler alert: ja. Kijk maar naar de mongolenmilitie die deze week naar Overasselt werd gestuurd.

Ik begon met enige scepsis te kijken (mede uit kinnesinne omdat de NPO nooit gebruik wil maken van mijn expertise, en ook niet die van drugsprofessor Teun Voeten) maar gaandeweg genoot ik van de locaties die heren bezochten:  Brazilië, Ecuador, Colombia en Mexico. Ik werd overvallen door Fernweh, want ik wil dolgraag weer eens naar die landen, waar het om uiteenlopende redenen goed toeven is. Rudi Vranckx sprak in de bruisende havenstad Guayaquil (Ecuador) af met een procureur in een auto, omdat het de enige plaats is waar de man zich veilig voelt (het voorbije jaar werden zeven van zijn collega-procureurs in Ecuador doodgeschoten). De meeste cocaïne naar de havens van Antwerpen en Rotterdam wordt via Guayaquil gesmokkeld, al dan niet via bloemen naar Aalsmeer.  Dat was een leuk stukje in de serie: een struise agente controleert een obscuur vrachtwagentje vol blommetjes uit Ecuador. Steeltjes worden doorgesneden want ook daarin proppen de narcos hun sos. Na elk deel ontmoeten Rudi en Sinan elkaar in een soort parkje en wisselen ze hun ervaringen uit. Volkomen oubollig en ongeloofwaardig, met een hoog Sesamstraat-niveau. Ik vrees trouwens dat oorlogsjournalist Sinan eerder door morbide obesitas zal sneuvelen dan door wapengekletter, maar dat terzijde. Bijzonder leuk vond ik het bezoek van Rudi Vranckx aan dat helse Tomorrowland, waar de woke lezers van De Morgen, Humo en de Volkskrant knetterstoned rondhuppelen. Ik dacht meteen aan de Viagra Boys met hun bescheiden hitje Research Chemicals. Ome Rudi en ome Sinan vinden uiteindelijk dat Nederland en Belgie nog geen narcostaten zijn en dat de oorlog nog niet verloren is. Ik ben als overtuigd anarcho-liberaal van bescheiden mening dat je gewoon alle drugs moet legaliseren, of minstens moet reguleren. Mijn grote vriendin Femke Halsema pleitte nog niet zo lang geleden in een ronkend interview met het Financieele Dagblad voor een gereguleerde cocaïnemarkt en noemde ze de strijd tegen drugs pervers en contraproductief. Halsema wil drugsmarkten reguleren om zodoende het verdienmodel van gewetenloze criminelen onderuit te halen. Verkoop en gebruik van cocaïne en andere drugs moeten niet langer strafbaar zijn. Halsema: “Ongeveer 80 procent van onze politiecapaciteit gaat op aan drugsgerelateerde criminaliteit. In Nederland en België zijn de straatprijzen voor coke al jaren precies hetzelfde. Dus je kunt alleen maar vaststellen dat de ongelooflijke hoeveelheid inspanningen geen effect hebben op de markt.”

Ik was ooit goed bevriend met de gebroeders Adriaan en Frans Bronkhorst, twee telgen uit een diplomatengeslacht die het Instituut voor de Drugsvrede hadden opgericht. Dat bestaat nog! De broers waren beiden werkzaam geweest als internationale juristen. Adriaan werkte bij de VN, totdat hij merkte dat zijn experimenteerlust met drugs ‘niet compatible’ bleek met zijn werkomgeving. Ik was er bij toen het Instituut voor de Drugsvrede op het Amsterdamse stadhuis de petitie Voor een Vrij Nederland in een Vrij Europa aanbood. Daarin verzochten de broertjes Bronkhorst de Nederlandse overheid resoluut verder te gaan met het ‘Oranje Gedoogbeleid’, een internationale drugsconferentie bijeen te roepen en daarnaast onderzoek te bevorderen naar de therapeutische, de medische en de sociale voordelen van het gebruik van cannabis. Het Instituut vroeg de Nederlandse overheid om bescherming van de rechten en belangen van de cannabisconsumenten binnen de Europese Unie. Ik heb Adriaan en Frans toen uitgebreid geïnterviewd, een schitterend verhaal, al zeg ik het zelf. Frans Bronkhorst constateerde dat verdedigers van druggebruik doorgaans economische of mensenrechtenargumenten aanvoerden. Milton Friedman rekende vooral de kosten voor, Nederlandse rechters wilden het strafrecht ontlasten maar bleven gebruikers stiekem verachten. Zelf trok hij de vergelijking met alcohol en tabak, en pleitte hij niet tegen drugsbeleid als zodanig, maar tegen repressief overheidsoptreden. De staat zou de jeugd moeten begeleiden zoals initiatieriten dat bij 'primitieve volkeren' deden. Adriaan was scherper over het gedoogbeleid zelf. Het had een echt maatschappelijk debat juist in de weg gestaan, was nooit intellectueel onderbouwd, en berustte eerder op boerenslimheid dan op tolerantie. De overheid keek weg zolang het geld opleverde, zoals bij de prostitutie. Hij wees op de corrumpering van het staatsapparaat: schimmige import-exportaffaires, en recent nog veertien vrijgelaten grote heroïnehandelaren door slecht werk van het OM. Een petitie voor het 'Oranje Gedoogbeleid' werd bij Justitie afgesnauwd en bij Volksgezondheid genegeerd. Drugsgebruikers ontvangen op een ministerie was nu eenmaal not done, zeker met het oog op het buitenland. Frans schetste tot slot het contrast met elders. Keiharde repressie in Zuid-Amerika en Afrika, waar de politie zelf de handel controleerde maar straathandelaartjes oppakte, en de VS die gebruikers economisch kapotmaakte: auto's in beslag bij vijftien gram, arrestaties van staarpatiënten met wietplanten. Steeds meer gebruikers vluchtten naar Nederland. Adriaans conclusie: het Nederlandse beleid was wereldwijd uniek in het combineren van waardigheid voor gebruikers met criminaliteitsbestrijding, en verdiende meer erkenning dan het kreeg.

Dat vind ik dus ook. Ik pleit voor legalisering en regulering. Maar wat vindt drugsprofessor Teun Voeten daar van?

"Kijk, lieve Tureluur, ik schreef in de deftige avondcourant NRC ooit een stuk waarom ik tegen legalisering en regulering ben. In mijn boek over fentanyl dat binnenkort verschijnt, wijd ik er zelfs een heel hoofdstuk aan. De roep om regulering is een opinion chic van een hoogopgeleide blanke klasse, waar u en mevrouw Halsema toe behoren. Zij wil zelfs cocaïne reguleren, een drug die insipide, dopamine-uitgedaagde burgers transformeert in narcistische kapsoneslijers. De collateral damage van de acceptatie van snuifcoke zijn de crackheads die nu in grote getale foerageren in het Amsterdamse Oosterpark, de Brusselse metro en zelfs in de provinciale steden. Legalisering zal uitdraaien op een verschrikkelijke verslavingsepidemie – ik zag het in de VS. Natuurlijk gaan de criminele organisaties andere producten en diensten ontwikkelen om hun winsten veilig te stellen. U moet de inventiviteit van de narcokapitalistische industrie niet onderschatten. Het is me een raadsel waarom zogenaamde progressieve mensen in feite de nuttige idioten zijn van predatory ondernemingen die de narcotische drift van de zwakke medemensen niet alleen maar exploiteren, maar zelfs cultiveren en creëren."

Nou, broeder Teunis, bedankt hoor: bien étonnés de se trouver ensemble met comrade Halsema. Ik ga vanavond maar eens een nakkie halen in het Huis met de Kolommen. Samen met Reinier!

Reaguursels

Dit wil je ook lezen

Tip de redactie

Heb je informatie of een verhaal dat belangrijk is voor GeenStijl?
Laat het ons weten. Jouw tip kan het nieuws zijn.
Wil je een document meesturen? Mail het naar redactie@geenstijl.nl.

GeenStijl.nl is een uitgave van GS Magenta B.V.