achtergrond

ingelogd als

lid

logout

word lid

nachtmodus

tip redactie

doneer

Arthur van Amerongen - Tuur gaat lekker trekken van Vadertje Drees, maar is bang om op dag 1 van zijn pensionering te sterven tijdens het nordic walken

Soep van de Week

Uit GS-lezersonderzoek blijkt dat het gros van het roze leger der reaguurders braaf de maandelijkse pensioenpremie betaalt. De meesten doen dit al vanaf hun achttiende en gelijk hebben ze want wie wat bewaart, die heeft wat. Een appeltje voor de dorst, nietwaar? Dan zei mijn eerste schoonvader Henk ook altijd: een dölleken veur den dorst. Henk was Achterhoeker - een prima kerel dus - en hij had een prachtige loopbaan gehad bij het leger, op een van de zeven kazernes in Ede. De ouwe stomp keek reikhalzend uit naar zijn pensionering, hetgeen mij enigszins verbaasde, want hij was pas 54. Ik heb dat eigenlijk nooit begrepen, waarom iemand op die leeftijd in feite arbeidsongeschikt wordt verklaard. Of nog erger: onrendabel voor het leger. Dor hout!

Ik schreef 'ouwe stomp' en dat is typisch taalgebruik van de militairen, denk aan achteruit eten (kotsen), rukbunker (slaapzak), nukubu (nutteloze kutburger), neukteugels (bretels), lulijzer (microfoon), loho (lompe hond) en kutsoppen (douchen).

Op mijn nachtkastje in Ede lag, bovenop de stapel geplastificeerde seksboekjes,  het meesterwerk Bollen, fillers, ouwe stompen. Een woordenboek van de Nederlandse soldatenfolklore. Ik vond nog wat leuke nieuwe woordjes zoals:

oliebol: kersverse recruut

filler: soldaat van een nieuwe lichting, na zijn opleiding

zeiklijster: vervelende kerel, zeurpiet of lafaard

koude klets: een biertje

tennisballen: harde, inferieure gehaktballen

onbekende soldaat: kroket of cornedbeef

negerinnenmelk: chocolademelk

rijksvet: margarine

potlood in de grond: bevel om je laag bij de grond voort te bewegen.

Lees hier een prima interview met kolonel b.d. Leen Verhoeff alias Henk Salleveldt, de schrijver van Bollen, filler, ouwe stompen.

Mijn hele jeugd was doordrenkt met militarisme, niet in het minst door de spannende verhalen van vijf ooms die in ons Indië hadden gediend voor vorstin en vaderland. Zij waren niet helemaal jofel teruggekeerd uit de Oost en de posttraumatische stressstoornis moest nog worden uitgevonden door de zielenknijpers. Gewoon een borreltje op zijn tijd en niet zeuren over die paar verbrande kampongs, en vervolgens proosten op held Raymond Westerling, dat was zo’n beetje het motto.

Ik was destijds uiteraard pacifist, niet in het minst door die piemelnaakte vrouw op de PSP-poster, maar inmiddels ben ik heel erger pro-leger (met name pro tsahal), al is onze krijgsmacht zo goed als opgeheven.

Ik moet denken aan de wijze woorden van J.A. van Doorn, de grondlegger van de militaire sociologie in Nederland. Die betoogde al eind jaren ‘70 dat de kernfunctie van de krijgsmacht – het gebruik van geweld – werd gecamoufleerd en dat daardoor de gevechtscapaciteit werd aangetast. Ook buiten legerkringen had deze hippieopvatting van het militaire bedrijf aan populariteit gewonnen.

Zo kreeg de Nederlandse samenleving een voorkeur voor militaire missies waarbij humanitaire hulpverlening en het bevorderen van vrede en veiligheid vooropstaan. Wanneer de krijgsmacht wordt ingezet in zijn klassieke taak – het toepassen van geweld – neemt de steun echter af, zo schreef Van Doorn.

Ik interviewde ooit Herman Vuijsje, niet te verwarren met zijn broer Bert die met zijn kamergenoot Henk Spaan beschut in Paviljoen 3 van het Rosa Spier Huis in Laren verblijft. De socioloog vertelde mij dit:

“Maar nu is er iets geks aan de hand. Het begon met Trumps verwijten over de achterblijvende Europese defensie-inspanningen, een jaar of vijf geleden. De idioot had in dit opzicht natuurlijk volkomen gelijk. En nu, na de Russische inval in Oekraïne, is de vraag des te nijpender: hoe  kan het eigenlijk dat we onze defensie zo hebben laten verslonzen? Het zijn niet alleen politici die zich dat kunnen aantrekken. Na de wake-up calls van Trump & Poetin wordt de zelfkritiek van westerse leiders inzake hun kortzichtige defensiebeleid overal gehoord. Hun verklaringen zijn bekend: het gemakzuchtig incasseren van het ‘vredesdividend’ na de val van de Muur, het laten prevaleren van economische belangen en het vooropstellen van welvaart en consumptie, dat alles ondersteund door een naïef vertrouwen op de zegeningen van de globalisering."

Het boek van Vuijsje, vader van de uiterst charmante dichteres Hagar Peeters, geeft een hele andere, meer begripvolle kijk op het Nederlandse leger. De pacifist van weleer toont zich aan het einde van het boek zelfs belligerent.

“We zijn allemaal grootgebracht onder vaders paraplu, papa yankee die ons eerst bevrijdde, daarna beschermde en nu opnieuw komt opdraven om ons bij te staan in tijden van oorlog. Maar hoe lang nog? In het verleden verleende steun biedt geen garantie voor de toekomst. We moeten zelf van ons af leren bijten, tegen Poetin, tegen de Iraanse ayatollahs, tegen de hele gordel van instabiliteit die rond Europa is ontstaan, van Afrika en de Maghreb via het Midden-Oosten tot aan de Kaukasus.”

Goed zo Herman, aanvallen dus!

De reaguurder vraagt zich terecht af waar mijn populistisch belligerent gezever - waar desalniettemin Allah’s zegen op rust - heengaat. Welnu, ik word deo volente op 4 november 67 en mag dan mijn AOW binnenharken. Maar de afgelopen nacht brak me ineens het klamme zweet uit, kon ik de slaap niet meer vatten en dacht ik aan de dood. Soms schrijf ik heel Reviaans: 'de genadige dood, mijn trouwe metgezel', maar dat is allemaal lullekoek. Ik moest vannacht vooral denken aan mijn schoonvader Henk. Op de eerste dag ging de goede man in de tuin van een van zijn dochters werken en stierf hij stante pede aan een hartaanval. Hij had welgeteld elf uur van zijn pensioen kunnen genieten.

Overigens is mijn AOW nog helemaal geen gelopen race, vrienden. Ik woon al een derde van mijn onbeduidende leventje in de buitenlanden en dan krijg je straf van Vadertje Staat. In het beste geval trek ik 7 meijer, inshallah. U wilt niet weten wat voor bureaucratische narigheid ik moet doorstaan voor die paar piekkies per maand. Het begon er al mee dat ik mijn DigiD moest aanvragen. Ik wist niet eens dat zulks bestond. Een juffrouw in Nederland van BUZA in Den Haag belde mij op en vroeg of ik werkelijk die beruchte Arthur van Amerongen was, en niet of een of andere lolbroek die zich voor mij uitgaf (type Peter Breedveld en Chris Klomp).

Ik ben dus totaal geen digibeet, maar de dame sprak mij toe alsof ik een demente opa was (denk aan Maarten van Rossem, Johan Derksen, Henk Spaan en Bert Vuijsje) die in zijn volgescheten luier zat en niet eens wist hoe hij een computer moest aanzetten. Enfin, het lukte dus met die kankah-digiD, nadat ik mij vier keer had moeten verschonen, en toen begon het Kafkaesque gevecht met de Nederlandse en de Portugese bureaucratie. Ik heb inmiddels iets van vijfentwintig  documenten verzameld en het wachten is nu op het verlossende woord van de SVB.

Het kan nog zeker een half jaar duren voordat ik mijn genadebrood krijg en ik blijf dus lekker inkthoereren en broodschrijven voor GeenStijl. Tot ik dood neerpleur in mijn wilde gaarde, en begraven word tussen mijn geliefde honden Raya, Jamba en Tita.

En dan heb ik op de valreep slecht nieuws voor de reaguurders die braaf al decennialang de maandelijkse pensioenpremie betalen. Uw appeltje voor de dorst wordt opgevroten door Kabinet Jetten, die al uw spaarcentjes weggeven aan Oekraïne en aan de arme hongerige negertjes in Afrika. Ik zou die poen maar snel opnemen en verkassen naar een warm land buiten de Europese Unie. U is gewaarschuwd. Want de mens wikt en God beschikt. Kortom: van het concert des levens heeft niemand een program.

Reaguursels

Dit wil je ook lezen

Tip de redactie

Heb je informatie of een verhaal dat belangrijk is voor GeenStijl?
Laat het ons weten. Jouw tip kan het nieuws zijn.
Wil je een document meesturen? Mail het naar redactie@geenstijl.nl.

GeenStijl.nl is een uitgave van GS Magenta B.V.