Tendentieus, ongefundeerd & nodeloos kwetsend
42 topics
#dagboek

Fictie Feuilleton - Dagboek van een uitkeringstrekker, deel 42: Turkse patat

Onze roman in stukjes gaat verder! Vorige week las u deel 41, vandaag deel 42. Het complete verhaal leest u van onder naar boven in ons Fictie Feuilleton dossier.

Donderdag 11 augustus 2016  

De universiteit waaraan de aardappelen-professor verbonden is, ligt in het oosten van Turkije, ver weg van grote steden als Istanbul en Ankara. Vanuit Ankara is het bijna zes uur rijden naar de universiteit. Vanuit Istanbul kun je beter vliegen. Gelukkig is professor Serdal Demir een paar dagen in Istanbul zodat wij hem kunnen spreken.

Professor Demir weet alles van landbouw en nog veel meer van aardappelen. Hij heeft een nieuw soort ras ontwikkeld dat tegen de Turkse hitte kan. Daardoor kunnen aardappelen eindelijk op een succesvolle wijze in Turkije worden geteeld. Tegen aanzienlijk lagere kosten dan in Nederland.  

“Dus Eren,” zegt mijn vader terwijl we in een taxi naar het restaurant rijden waar we met Serdal hebben afgesproken, “wij gaan die professor vragen om betaald adviseur te worden van ons bedrijf, ja? Wij kunnen zijn kennis goed gebruiken, hij is een genie Eren, een genie.”

De friet zal als “Turkse patat” in de markt worden gezet. Dat bestaat nog niet in Nederland. Eerst zal de patat alleen via snackbars worden verkocht. Daarna via restaurants. En tot slot via diepvries in de supermarkt. Eerst alleen in Nederland en dan in alle landen waar Turken zitten.

“Eren,” zegt mijn vader. “Als wij dat Turkse patat noemen, dan gaan alle Turken dat eten. Is zeker. En weet jij Eren, die Nederlanders houden van eten uit het buitenland. Kijk maar naar pizza’s. Weet jij hoeveel pizza’s de gemiddelde Nederlander per jaar eet? ”  

Lees verder

Fictie Feuilleton - Dagboek van een uitkeringstrekker, deel 41: Buitenland

Onze roman in stukjes gaat verder! Vorige week las u deel 40, vandaag deel 41. Het complete verhaal leest u van onder naar boven in ons Fictie Feuilleton dossier.

Donderdag 28 juli 2016  

In de vijfjarennota van de gemeente staat dat de cliëntgerichtheid door middel van innovatieve toepassingen moet worden vergroot. Cliëntgerichtheid is precies hetzelfde als klantgerichtheid. Maar aangezien de gemeente erin volhardt om uitkeringstrekkers cliënten te noemen in plaats van klanten, spreken ze van cliëntgerichtheid. Het rare is natuurlijk dat er bij de gemeente wel zogenaamde klantmanagers werken. Klantmanagers zijn verantwoordelijk voor het begeleiden van cliënten. Begrijpt u het nog?

Vanmorgen heb ik het woord “cliëntgerichtheid” ingevoerd op de website van de Dikke van Dale. Wat bleek? Het woord bestaat niet. De gemeente gebruikt in haar communicatie woorden die niet bestaan. Ik ga het tegen Hetty zeggen. Zo meteen heb ik een gesprek met haar via Skype. Inderdaad, via Skype. Dat is nou typisch een voorbeeld van cliëntgerichtheid volgens de gemeente. Eerder deze week heb ik per post (over innovatie gesproken) een toelichting ontvangen op de werkwijze van Skype. Ik heb de brief direct aangemeld bij de PostBrigade. Immers, ik gebruik Skype al jaren om te communiceren met familie en vrienden in Turkije. Een handleiding heb ik derhalve niet nodig.

Op het afgesproken tijdstip zorg ik dat Skype open staat. Om 11:00 precies belt Hetty. Ik accepteer haar als connectie waarna het gesprek start.

Hetty blijkt nog geen volleerd gebruiker van Skype te zijn. Alleen de onderkant van haar gezicht is zichtbaar. Klaarblijkelijk staat de webcam te veel naar beneden gericht, waardoor ik niet kan zien welk kapsel Hetty vandaag heeft. Een grote teleurstelling.

“Je bent niet helemaal in beeld,” begin ik terwijl ik naar mijn eigen webcam wijs.

“Is dat zo?” vraagt ze.

“Ja, ik zie je wel praten met je mond, maar je ogen zie ik niet,” zeg ik. Ze lijkt het te begrijpen. Ik zie dat ze met haar hand naar het scherm reikt en eraan trekt, waarna het beeld verbetert. Nu kan ik haar wel goed zien. Donker oranje haar, plat gekamd, met een kleine scheiding aan de linkerkant.

We bespreken de voortgang van mijn zoektocht naar werk. De baan bij Duzuzu Trading heb ik afgezegd. Verstandig, vindt ze. Desondanks is ze kritisch. Het aantal gesprekken moet omhoog, vindt ze. Het duurt allemaal te lang.  

Ik beloof beter mijn best te doen.  

Als het kwartier bijna voorbij is vertelt ze dat ze deze zaterdag twee weken op vakantie gaat. Bij vragen kan ik altijd contact opnemen met haar vervanger. Als ze vraagt of ik nog vakantieplannen heb, antwoord ik dat ik mogelijk een paar dagen naar Turkije ga. Geen probleem, benadrukt Hetty, zo lang ik het maar op tijd meld.

Lees verder

Fictie Feuilleton - Dagboek van een uitkeringstrekker, deel 40: Thee

Onze roman in stukjes gaat verder! Vorige week las u deel 39, vandaag deel 40. Het complete verhaal leest u van onder naar boven in ons Fictie Feuilleton dossier.

Maandag 25 juli 2016  

“U wilt mijn woning bezichtigen?” vraag ik. Twee mannen van de gemeente staan voor mijn deur. Een inkomensconsulent en een trainee inkomensconsulent. Met het verzoek om mijn woning te mogen bezichtigen.  

Als Turken ergens een hekel aan hebben, dan is het wel aan vreemden in hun eigen domein. Dat willen “we” niet.  

“Ja,” zegt de inkomensconsulent. Hij heeft zich voorgesteld als Fred. De trainee heet Jurjan. “Wij bekijken en beoordelen graag uw woonsituatie. Dat duurt niet lang. Hooguit tien minuten. Maar u dient wel eerst toestemming te geven. Dat is bij wet bepaald.”

“Nou, in dat geval, dan…,” begin ik aarzelend.

“Bij weigering keren we op een ander moment terug,” zegt Fred snel. “Mensen die meerdere keren weigeren, kunnen verplicht worden om toegang tot hun woning te geven. Het behoort tot uw plichten.”

Ik probeer te bedenken hoe mijn huis er bij ligt. Dat is best lastig zonder thee in mijn maag. Nog niet alle radertjes draaien op volle toeren. Erg kan het niet zijn. Ik hou de boel redelijk netjes. “Goed dan,” zeg ik tenslotte. “Komen jullie maar binnen.”  

En dat doen ze. Ze lopen naar de huiskamer en kijken uitgebreid om zich heen alsof ze op zoek zijn naar een nieuwe woning

“Woont u hier al lang,” vraagt Fred.

“Een jaar of drie,” antwoord ik.

“Bevalt het?”

“Prima.”

“Die geur beneden was zeker wel even wennen?”

“Welke geur?”

“Etensgeur. Ik weet niet wat voor soort eten. Roti of zo? Zo gauw je het gebouw binnenstapt, dringt het je neus binnen. Hele heftige geur.”

Lees verder

Fictie Feuilleton - Dagboek van een uitkeringstrekker, deel 39: Eigen friet

Onze roman in stukjes gaat verder! Vorige week las u deel 38, vandaag deel 39. Het complete verhaal leest u van onder naar boven in ons Fictie Feuilleton dossier.

Woensdag 14 juli 2016  

“Luister Eren, die professor maakt geweldige aardappelen die tegen hitte en droogte kunnen. Dan groeien ze gewoon door. Het zijn goede patataardappelen. We telen en oogsten ze in Turkije. Is veel goedkoper. Ik praat met die professor. Op 11 augustus. Zoek maar op internet. Professor Serdal Demir. Jij moet mee Eren, ik wil dat jij bij dat gesprek bent. Wij moeten daar een deal sluiten voor onze eigen friet.”

Mijn vader probeert me al een kwartier lang over te halen om nu toch echt te kiezen voor de patathandel. Hij ziet een goede toekomst voor ons. Eigen friet op de markt brengen. Verkopen aan snackbars, restaurants en aan het grote publiek. “Wij liggen straks in de winkel, Eren, onze friet,” zei hij.

Ik beloof mijn vader om erover na te denken. De datum past opmerkelijk genoeg precies in mijn planning. Ik wil nog een kleine week naar Turkije in augustus. Het is één van de redenen waarom ik bewust werkloos ben. Zodat ik op vakantie kan. En de hadj kan volbrengen.

Van 9 tot 14 augustus wil ik naar Turkije. Een retour kost nog geen driehonderd euro. Deze week moet ik besluiten, voordat de tickets in prijs stijgen.  

Lees verder

Fictie Feuilleton - Dagboek van een uitkeringstrekker, deel 38: Niet doen

Onze roman in stukjes gaat verder! Vorige week las u deel 37, vandaag deel 38. Het complete verhaal leest u van onder naar boven in ons Fictie Feuilleton dossier.

Woensdag 13 juli 2016  

Als ik na het ontbijt mijn laptop open klap, zie ik dat ik een e-mail heb ontvangen van Duzuzu Trading. Het bedrijf is bereid om de bonusregeling nog interessanter te maken. Ik ontvang 8% commissie van alle verkopen die ik realiseer, tot een maximum van EUR 3000 per maand. Bovenop mijn basissalaris.

Het lijkt me nog altijd een vreselijke baan. Hardcore sales verrichten. Met targets werken. De hele dag op pad zonder ook maar één collega te zien.

Vanmiddag het ik twee afspraken met Hetty. Eerst een gesprek over mijn persoonlijke voortgang, daarna het periodieke maatjesgesprek met Freek. Het is te hopen dat ze niet op de hoogte is van het aanbod van Duzuzu Trading. Werk moet worden aangenomen. Altijd. Wie het ook aanbiedt. Tenzij het om prostitutie of dwangarbeid gaat. Nu zou ik kunnen stellen dat de positie bij Duzuzu Trading een bepaalde vorm van dwangarbeid is, maar ik vermoed dat Hetty daar niet in mee zal gaan.

Voordat ik bij de gemeente naar binnen stap, haal ik een broodje haring bij de visboer die naast het gemeentehuis zit. Ik ben één van de weinige Turken die broodjes met vis eten. Maar misschien komt dat omdat verse vis nogal prijzig is in Turkije.  

Als ik even later tegenover Hetty zit, valt me op dat ze geen stekeltjes meer heeft. Haar platte coupe ziet er merkwaardig uit. Zo ken ik Hetty niet.

“Met mij is alles goed,” zeg ik als ze vraagt hoe het met mij gaat.  

Hetty staart naar haar scherm en zegt: “Ik zie hier dat je hebt gesproken bij twee bedrijven afgelopen week. Hoe is dat gegaan?”

“Best goed. Even afwachten wat eruit komt, maar de gesprekken verliepen prima.”

“Maar wacht eens even,” begint Hetty dan. “Duzuzu Trading zie ik hier staan, klopt dat? Hebben ze je een aanbod gedaan?”

Ik haal mijn hand door mijn haar, aarzel even, en zeg dan: “Ja, maar ze willen dat nog aanpassen, en misschien dat...”

“Niet doen,” onderbreekt Hetty me. “Dat is geen goed bedrijf. We hebben slechte ervaringen met ze. Ze nemen veel mensen aan, maar bijna niemand komt door de proeftijd. Vooral allochtonen. Daar zijn ze gek op. Tijdens hun proeftijd verwachten ze van je dat je jouw hele netwerk platbelt om spullen te verkopen. En daarna mag je vertrekken. En dan kun je weer opnieuw beginnen. Nee, ik zie graag dat je weer aan de slag gaat, maar dit aanbod zou ik niet aannemen.”

Lees verder

Fictie Feuilleton - Dagboek van een uitkeringstrekker, deel 37: Sees Kabaal

Onze roman in stukjes gaat verder! Vorige week las u deel 36, vandaag deel 37. Het complete verhaal leest u van onder naar boven in ons Fictie Feuilleton dossier.

 Maandag 11 juli 2016 

Met zijn kale kop, brede schouders en gespierde armen doet motivatiegoeroe Cees Kabál (spreek uit Sees Kabaal) me denken aan de beveiliger die een tijdje voor het gemeentehuis heeft gestaan. Die was net zo groot en net zo kaal.

Ik ben meer dan honderd dagen werkloos en daarom ben ik verplicht om de sessie van Kabál bij te wonen, net als een groot aantal andere werklozen. Hoewel de gemeente de grootste zaal van het hotel in het centrum van de stad heeft gehuurd, is er nauwelijks genoeg plek voor iedereen. Klaarblijkelijk zijn er veel jonge werklozen in de gemeente en klaarblijkelijk zijn ze allemaal bang om gekort te worden als ze niet op komen dagen. Ik zit helemaal aan de zijkant, op één van de achterste rijen, naast een onverzorgd ogende man. Misschien moet ik hem wijzen op het “Dress for success” initiatief van de gemeente.

Terwijl Kabál over een geïmproviseerd podium heen en weer wandelt, vertelt hij vol overgave over zijn jeugd. “Je zou het misschien niet zeggen als je me ziet, maar op school was ik altijd de slimste van de klas,” zegt hij. “Niemand hoefde mij iets uit te leggen. Ik sloeg een klas over en startte op mijn zeventiende aan de universiteit. Daar groeide ik uit tot een grote jongen. Letterlijk en figuurlijk. Ik kreeg een uitnodiging van een prestigieuze Amerikaanse universiteit om me een jaar lang op hun kosten verder te ontwikkelen. Het enige wat ik hoefde te doen is een beetje football spelen voor het schoolteam. En weet je welke titel ik daar won?” Kabál kijkt de zaal in, beweegt zijn hoofd langzaam van rechts naar links en spreidt zijn beide gespierde armen. “Nou? Enig idee?” 

Iemand op de rij achter me hoor ik zachtjes “grootste opschepper” fluisteren. 

Lees verder

Fictie Feuilleton - Dagboek van een uitkeringstrekker, deel 36: De ideale man

Onze roman in stukjes gaat verder! Vorige week las u deel 35, vandaag deel 36. Het complete verhaal leest u van onder naar boven in ons Fictie Feuilleton dossier.

Vrijdag 8 juli 2016  

Als ik bij Google zoek op “Duzuzu Trading” kom ik geen nieuws tegen. Lijkt erop dat mijn melding bij meld misdaad anoniem vooralsnog geen enkel effect heeft gehad.  

Een aanbod mag alleen bij hoge uitzondering worden geweigerd. Kortom: ik moet het aanbod van Diekstra op een bepaald moment accepteren.

Ik besluit tijd te rekken. Ik stuur een e-mail naar Diekstra met het verzoek om meer informatie over de wijze waarop de bonus wordt vastgesteld. Wie weet doet de FIOD alsnog een inval bij het bedrijf.

Lees verder

Fictie Feuilleton - Dagboek van een uitkeringstrekker, deel 35: Suikerfeest

Onze roman in stukjes gaat verder! Vorige week las u deel 34, vandaag deel 35. Het complete verhaal leest u van onder naar boven in ons Fictie Feuilleton dossier.

Zaterdag 2 juli 2016  

Als ik het internetcafé binnenloop, probeer ik zo onopvallend mogelijk vast te stellen of er camera’s hangen. Wanneer ik niks zie, besluit ik door te zetten. Bij de balie van de zaak koop ik een ticket voor dertig minuten internet. Met het ticket in mijn handen loop ik naar een computer. Wanneer ik zit, schrik ik van mijn eigen weerspiegeling in de monitor. De capuchon van mijn vest zit zo ver over mijn hoofd, dat een gemiddelde Nederlander met recht zal denken dat ik op het punt sta een tasjesroof te plegen. Ik raak een toets aan waarop het inlogscherm verschijnt. Met de code die ik van de jongen achter de balie heb gekregen log ik in. Ik surf naar meldmisdaadanoniem.nl en klik op “start het online formulier”. Een veld verschijnt waarin ik in 700 karakters de misdaad die ik wil aangeven kan beschrijven. Goed, denk ik, aan de slag. Ik typ:

Goedemorgen, ik wil graag BTW fraude melden. Bij het bedrijf Duzuzu Trading wordt op grote schaal gehandeld in zaken waarvoor geen invoerrechten zijn betaald, bovendien wordt BTW in rekening gebracht bij klanten, die vervolgens niet wordt afgedragen. Ik heb signalen ontvangen dat dit op grote schaal gebeurt. Spil in de zaak is de heer Diekstra. Er is wel haast bij geboden. Een snelle inval zou verstandig kunnen zijn, al is dat natuurlijk aan U.  

449 tekens. Ruim binnen de limiet.  

Nadat ik op “inzenden” heb gestuurd leun ik achterover in de stoel.  

Het loopt. Nu hopen op spoedig optreden van de diverse instanties.

Lees verder

Fictie Feuilleton - Dagboek van een uitkeringstrekker, deel 34: Duzuzu Trading

Onze roman in stukjes gaat verder! Vorige week las u deel 33, vandaag deel 34. Het complete verhaal leest u van onder naar boven in ons Fictie Feuilleton dossier.

Vrijdag 1 juli 2016  

Duzuzu Trading bevindt zich op een industrieterrein in het noorden van de stad. Ik zit tegenover de heer Diekstra. Geen Turk, zoals ik eigenlijk had verwacht. Diekstra heeft zich voorgesteld als “de heer Diekstra” zonder zijn voornaam te noemen. Hij is verantwoordelijk voor de sales van Duzuzu Trading. De oprichter van het bedrijf, Coskun Demir, houdt zich vooral met de inkoop bezig. Eigenlijk zou het gesprek met hem plaatsvinden, maar hij is plotseling voor zaken vertrokken naar Turkije.  

Diekstra zoekt mensen die de ingekochte handelswaar op effectieve wijze verkopen aan zowel bedrijven als particulieren. De persoon die ze zoeken heeft er geen moeite mee om veel te reizen en bij allerlei bedrijven langs te gaan. Maar ook koud bellen naar potentiële klanten behoort tot de taken. Zo lang er maar verkoop wordt gerealiseerd. Bij het bedrijf werken twee mensen die de hele dag niks anders doen dan lijsten opstellen met mogelijke kopers van de zaken waarin ze handelen. Die lijsten moet ik gaan gebruiken om te bellen en langs te gaan. Zo simpel werkt het, zegt Diekstra. Het basissalaris ligt vrij laag volgens Diekstra (“dat geldt ook voor mijn salaris”), maar er is een interessante bonusregeling. Van de vijf verkopers die ze nu in dienst hebben, verdienen er twee meer dan de heer Demir, legt Diekstra uit. Dat zegt mij nog altijd niet veel, omdat ik niet weet hoeveel die Demir nou precies verdient. En zelfs al zou het uitstekend verdienen: het lijkt me een vreselijke baan. Ik hou er niet van om zomaar mensen te bellen die ik niet ken, laat staan dat ik bedrijven wil binnenlopen met een verkoopverhaaltje.  

“Eigenlijk heb ik nog nooit in mijn leven iets verkocht,” biecht ik op. “En ik heb ook geen rijbewijs.”

“Niet erg,” zegt Diekstra. “Verkopen kun je leren. We geven iedere nieuwe medewerker een interne opleiding. En een rijbewijs heb je tegenwoordig in tien dagen. Daar kunnen we je bij helpen. Desnoods begin je eerst met telefonische acquisitie.”

“Mijn Turks is ook niet al te goed meer,” zeg ik.

“Ook daar kunnen we vast wel iets op verzinnen. Voor een goede verkoper hebben we veel over.”

“Ik weet niet of ik nog goed contact kan leggen met de meer traditionele groep Turken,” benadruk ik.

“Geeft niks, dat leer je vanzelf weer. Daar heb ik alle vertrouwen in.”

Ik gooi nog enkele blokkades op, maar Diekstra maakt het allemaal niet uit. Alles is snel en gemakkelijk op te lossen. Hij lijkt Cor wel.

Lees verder

Fictie Feuilleton - Dagboek van een uitkeringstrekker, deel 33: Niet de beste rapper

Onze roman in stukjes gaat verder! Vorige week las u deel 32, vandaag deel 33. Het complete verhaal leest u van onder naar boven in ons Fictie Feuilleton dossier.

Dinsdag 28 juni 2016  

Ik ben op bezoek bij de muziekstudio van oud-klasgenoot Thijs. Freek is er ook. Hij wil mij zijn skills laten zien.  

De studio bestaat uit twee kamers. Een grote en een kleine. In de grote kamer staan allemaal instrumenten en bevindt zich een enorm mengpaneel. Via een deur is de andere, iets kleinere ruimte te bereiken. Daar staat alleen maar een microfoon op een standaard. Tussen de twee ruimtes bevindt zich een glazen wand. Thijs heeft zich achter het mengpaneel genesteld. Ik zit links naast hem, enigszins oncomfortabel op een kleine kruk. Freek bevindt zich in de ruimte met de microfoon.

“Kijk,” zegt Thijs terwijl hij naar mij kijkt. “Als ik op kop druk, kan Freek ons horen.” Hij drukt op een rode knop helemaal aan de linkerkant van het paneel waardoor ik een stukje naar achteren wordt gedwongen. “Freek, hoor je me?” zegt hij. Freek steekt zijn duim op en knikt. Hij hoort ons.  

“Goed,” zegt Thijs. “Ik laat de knop nu los en ga een beat starten, OK?”  

“Prima,” reageer ik. “Natuurlijk.” Alsof hij mij om toestemming moet vragen.

Thijs duwt enkele schuiven omhoog, rommelt iets met een touchscreen aan de rechterkant van het paneel, en opeens klinkt een stevige beat met af en toe een strijk van een viool er doorheen. Freek begint zijn hoofd op de beat heen en weer te bewegen en Thijs doet net zo vrolijk mee. Ik twijfel. Moet ik ook mijn hoofd in de maat meebewegen of de situatie gewoon maar even aanzien? Ik heb niks met rapmuziek. En gevoel voor ritme heb ik al helemaal niet. Kans is groot dat ik uit de maat beweeg als ik mee doe, hoe simpel de beat ook is.  

Voordat ik een beslissing kan nemen, klinkt de rauwe stem van Freek door de ruimte. In korte, agressieve zinnen rapt hij over zijn leven.  

Hier is ie dan, Lijpe Freek, ik verdien meer geld, week op week

Elke dag tel ik mijn centen, word gewoon rijk met me talenten

Kijk in wat voor huis ik woon, er is niemand zoals ik, geen kloon

In m’n Bentley aan het stuur, luister naar mijn woordenvuur.

Terwijl ik de neiging heb om mijn handen voor mijn oren te slaan, kijk ik opzij naar Thijs, maar die gaat helemaal op in de performance van Freek. Hij beweegt zijn hoofd nog enthousiaster op de beat en duwt af en toe een schuif omhoog of juist omlaag. En dan, na drie tenenkrommende minuten, is het voorbij. Thijs slaat op mijn bovenbeen en kijkt me glimlachend aan. “Nou? En?” informeert hij.

Verschrikkelijk. Ik zeg: “Nee, ja, heel…” Ik aarzel even en zeg dan vol overtuiging: “Heel knap!”  

Thijs drukt op de knop om contact te zoeken met Freek en roept: “Je begint er te komen Freek! Gaat de goede kant op!” Freek balt zijn vuist en wijst dan glimlachend in de richting van Thijs. Klaarblijkelijk is het tweetal inmiddels uitgegroeid tot een hecht team. “We doen zo een nieuwe ronde!”

Thijs laat de knop weer los en zegt tegen mij: “Kijk, misschien is hij nog niet de beste rapper die we in Nederland hebben. Maar we moeten hem wel dat vertrouwen geven. Een kans.”

“Ja,” stamel ik. “Nog niet de beste rapper.”

“Precies, maar beats maken kan hij als geen ander. Dat stukje viool dat je hoort? Heeft hij gespeeld. De basisbeat? Heeft hij gemaakt. De teksten? Van hem. Ik heb alleen de zaken mooi in elkaar gemixed, maar in feite is het werk van Freek.”

“Moet hij zich dan niet daar op richten?” tip ik Thijs voorzichtig. “In plaats van dat rappen?”

“Misschien. Maar zo ver is hij nog niet. Vooralsnog denkt hij dat hij de beste rapper van Nederland is. Dit is ook een proces voor hem. Hier moet hij gewoon doorheen. En wie weet, misschien kan hij zich ontwikkelen tot een topper.”

Ja. Wie weet.

bespaartips: Energie vergelijken | Autoverzekering vergelijken | Zorgverzekering vergelijken